20 september 2017

Start to bird: hoe kies je een verrekijker?

Het is zover: je overweegt om een verrekijker aan te schaffen. Je bent geïnteresseerd in natuur en wil alles wat duidelijker in beeld, al zijn het maar de vogels in je eigen tuin die je van achter het keukenraam wil bekijken. Bij het kopen van een verrekijker is een goede keuze goud waard. Je wil immers zoveel mogelijk plezier hebben van je kijker en het beste beeld krijgen. De keuze is echter zo groot dat velen door de bomen het bos niet meer zien.

STARLING to the rescue! Hier volgt een stap-voor-stap handleiding die een duidelijk antwoord geeft op vragen als ‘Hoe koop ik een goede verrekijker?’ en ‘Waar let ik op als ik een verrekijker aanschaf?’ Here we go!

De verrekijker binnenstebuiten

Telescopen en verrekijkers zijn binnenin opgebouwd uit prismalenzen. Daardoor zien we alles waarnaar we kijken rechtop weergegeven. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de allereerste kijkers werden ontworpen met negatieve lenzen, wat letterlijk de wereld op z’n kop zette. Niet erg praktisch natuurlijk, dus maar goed dat prismalenzen het levenslicht zagen.

De objectieflens, aan de voorzijde van de kijker, vangt het licht op en stuurt het naar het prisma. Daar wordt het beeld gespiegeld en vervolgens doorgestuurd naar het oculair.

Het oculair is het vergrotende gedeelte van de kijker en zorgt er dus voor dat je meer detail ziet op de vogel of wat je ook wil bekijken.

Twee types binoculaire kijkers

Binoculaire kijkers zijn verrekijkers zoals we ze kennen. Het woord zegt het zelf: met twee ‘oculairs’. Je kijkt erdoor met beide ogen die twee beelden opvangen. Je hersenen laten beide beelden samensmelten tot een mooi geheel. Er bestaan twee soorten verrekijkers: de dakkantkijkers en de porrokijkers.

  • De porrokijker is voorbijgestreefd, maar wordt nog gebruikt als stereotiep in cartoons en films. Het zijn kijkers met een knik in beide lenskasten, waardoor de kijker aan de objectiefkant (vooraan dus) heel wat breder is dan aan de oculairzijde (waardoor je kijkt). Het beeld werd via een N-knik getransporteerd, wat als voordelen had dat er minder lichtverlies optrad en het beeld meer diepte had.
  • Je vindt porrokijkers nog in supermarkten en ook wel in verrekijkerwinkels, maar een dakkantkijker overtreft ze tegenwoordig op alle vlakken: ze zijn slanker, compacter, luchtdichter en iets duurder, al vind je dakkantkijkers voor elk budget.

Wat met telescopen?

Telescopen geven je de luxe om vanop erg grote afstand toch genietbare waarnemingen te maken. Ze zijn onmisbaar bij het scannen van bijvoorbeeld de zee, grote vlaktes of het luchtruim. Toch maken ze uiteindelijk slechts 5 tot 10% van je waarnemingstijd uit.

Een telescoop is, met andere woorden, een luxeproduct!

Opnieuw komt de regel ‘meer vergroting is niet noodzakelijk beter’ hier van pas. Wanneer je op stap gaat in de natuur is een verrekijker echt onmisbaar. Je hebt veel meer bewegingsvrijheid en hebt aan een verrekijker vaak genoeg om alles te herkennen, zeker mits wat oefening. Ben je echt een doorgedreven vogelaar of fervent zoogdierenspotter? Dan is een telescoop uiteindelijk toch noodzakelijk, maar dat wijst de tijd wel uit.

Vragen of twijfels? Eén adres!

Heb je vragen of twijfels over het kiezen van verrekijkers of ander optisch materiaal, dan verwijzen we je graag (en met blindelings vertrouwen) door naar onze partners Natuurkijkers.be in Oudenaarde of Sights Of Nature in Jabbeke. Dan keer je gegarandeerd met een heldere kijk terug.

Alvast veel kijkplezier!
Billy Herman en het STARLING-team

Waarop let je bij het kiezen van je kijker?

Om je wegwijs te kunnen maken in het enorme aanbod aan kijkers is het noodzakelijk om je een aantal technische termen eigen te maken die gebruikt worden om de kwaliteit van een kijker aan te tonen.

  • De breedte van je objectief

Op een verrekijker zie je steevast een getallenvermelding staan, vaak in een vermenigvuldiging zoals 8×32 of 10×42. Het eerste getal staat daarbij voor de vergroting, het tweede getal staat voor de breedte van je objectief.

Gezien het objectief licht doorlaat, mag je deze niet te klein kiezen! Zeker voor vogelkijkers of natuurliefhebbers in het algemeen is een breed objectief aangeraden. Je kijkt immers vaak ver of in de schemering.

Enkele maatstaven:

  • < 30 mm: enkel geschikt in heel goede lichtomstandigheden
  • 30 – 50 mm: ook geschikt in gemiddelde lichtomstandigheden (bos, bewolkt weer)
  • > 50 mm: nodig in de schemering (en voornamelijk van toepassing voor jacht)

  • Vergroting: groter is niet noodzakelijk beter

Wat betreft de vergroting zijn de meningen verdeeld. De twee meest gebruikte waarden zijn 8x en 10x vergroting. Een grotere vergroting is niet noodzakelijk beter. Het verschil tussen een 8x en een 10x is eerder klein, maar om een 10x te gebruiken moet je toch een erg vaste hand hebben.

Er zijn voorstanders van beide vergrotingen. En er bestaan tegenwoordig ook al tussenmaten (8.5x bijvoorbeeld). Hoger dan 10x gaan is niet interessant voor handkijkers en bij een waarde lager dan 8x verliest de verrekijker een beetje z’n doel.

  • De vorm en waarde van de uittredepupil

Hou je verrekijker op een armlengte afstanden kijk naar de oculairs. Je ziet een cirkel in het midden van de oculairlenzen. Dit heet de uittredepupil. Is de cirkel perfect rond? Dan heb je te maken met kwalitatief hoogstaande lenzen, een betere kijker dus. Zijn er langs de randen rechte hoekjes of kantjes te zien? Dan scoort de kijker minder hoog.

Bij de uittredepupil hoort ook een waarde. Vaak wordt die vermeld bij de specificaties van de kijker, en je kan ze ook zelf berekenen. Deel de objectiefdiameter door de vergrotingsfactor en je krijgt de waarde van je uittredepupil. Hoe groter het getal, hoe makkelijker je een geschikt beeld zal hebben. Enkele voorbeelden:

  1. 8×42 = 42/8 = 5.25 (hogere waarde)
  2. 10×42 = 42/10 = 4.2 (gemiddelde waarde)
  3. 10×32 = 32/10 = 3.2 (lagere goed)

Vergelijk het met een sleutelgat. Wanneer je door een groot sleutelgat kijkt, heb je snel beeld. Wanneer je door een klein sleutelgat kijkt niet. Hoe hoger het getal, hoe sneller en makkelijker je beeld zal hebben en hoe sneller jij de vogel of het dier in kwestie zal waarnemen. Hoe lager het getal, hoe trager jij de waarneming zal kunnen maken. Het is volgens ons één van de belangrijkste waardes bij de keuze van je kijker, maar velen zien ze over het hoofd.

  • Hoeveel weegt de kijker?

Het gewicht van een verrekijker is voor veel mensen een belangrijk punt. Toch raden we aan om dit punt niet voorop te zetten in je keuze! Want besparen op gewicht, is vaak inboeten aan kwaliteit. Voor wie gewicht een knelpunt is, raden we aan om te kiezen voor een draagband met ondersteuning op de rug. Zo wordt je nek minder belast!

  • Hoe dicht stelt hij scherp?

Tegenwoordig kijken de meeste natuurmensen meer naar insecten en flora dan vroeger. Voor deze hobby’s is de afstand tot het onderwerp vaak veel korter dan bijvoorbeeld vogels die op grote afstand zitten. Test dus hoe dicht de kijker scherp kan stellen. Tegenwoordig zijn afstanden van 1,5 – 2,5 meter geen uitzonderingen meer.