Scandinavië in woord en beeld – deel 1
Onze gids Jan Kelchtermans is een grote fan van Scandinavië. Het noorden van Europa is bezaaid met prachtige landschappen, uitgestrekte bossen en enorm veel leven. Jan spendeerde er een groot deel van zijn leven en keert jaar na jaar met veel plezier terug. Deze zomer was het weer zo ver. Met een overvolle valeis en veel goesting nam hij de vlucht naar het noorden. Daar was het een blij weerzien met de lokale bevolking en de vele vogels en zoogdieren. In deze reeks vertelt Jan over zijn hoogtepunten in Scandinavië. Het eerste deel gaat over een bijzondere avond in Finland. Lees en geniet mee!
Finland: waar een zoogdierenreis onverwacht een vogelreis wordt
Aangezien de drie Scandinavische landen enorm uitgestrekt zijn, is lokale kennis van goede vogelhotspots bijzonder waardevol. Extra hulp van locals, en zeker van ringers die de gebieden als hun broekzak kennen, is daarbij een enorme troef. Ondanks de veldkennis van ons eigen team, raadplegen we tijdens een reis in het veld regelmatig lokale kenners.
Jan Kelchtermans, die Scandinavië voor het eerst bezocht in 1995, combineert beide. Zowel in Zweden, Noorwegen als Finland kent hij de beste vogellocaties en beschikt hij over een uitgebreid netwerk van contacten ter plaatse. Afgelopen juni leverde dat een spectaculaire avond op. En dat nota bene tijdens een reis die specifiek gericht was op een trio bijzondere zoogdieren die enkel in Finland tijdens één reis te combineren zijn. Daarover meer in een volgende blogpost. Eerst het relaas van de avond van 8 juni door Jan, toen we vogels gingen kijken in Fins Karelië.

Nesthoppen
‘Heb je interesse in ruigpootuil?’, staat bij een foto van jonge ruigpootuilen die ik de dag voordien krijg van een local die ons mee zal nemen voor Laplanduil. Natuurlijk zeg ik ja. Ook vraagt hij wat we nog meer willen zien. ‘Alles van goede spechtensoorten, uilen en hoenders’, laat ik weten.
Op de ontmoetingsplaats, een afgelegen bosweg in de ruime omgeving van Joensuu, krijgen we eerst een korte uitleg over de huidige situatie. Onze gids werd immers opgebeld door een lokale bewoner die eerder twee nesten van ruigpootuilen op zijn erf vond. Van het ene nest, in een holle boomstam, zijn de jongen al geringd en uitgevlogen; in het tweede nest zijn de jongen eveneens al geringd, maar nog net niet uitgevlogen. Bij het openen van de nestkast blijken de jongen, op één individu na, inderdaad nog aanwezig. Speciaal voor ons worden ze op een tak geplaatst, zodat we ze van dichtbij kunnen bekijken en fotograferen. Grappig is ook dat de gids de jongen na afloop een beloning geeft: uit een meegebracht zakje haalt hij enkele dode muizen, die hij vervolgens in de nestkast legt.

Meer dan tevreden keren we terug naar de auto. Daar worden we meteen getrakteerd op het geluid van een roepende kwartelkoning. Een vogel laat zich horen vanuit een bloemrijk grasveld. Geweldig! Tijd om hem op te sporen is er helaas niet, want een tweede nestlocatie (van dwerguilen) laat immers op zich wachten.
De locatie die we daarvoor opzoeken, is er eentje die typerend is voor dwerguil: een oud, nat en dicht naaldbos, bestaande uit fijnsparren, met daaronder rotsen begroeid met mos. Het drassige karakter zorgt uiteraard ook voor de erbij horende, vervelende wolkjes muggen. De gids weet niet of de jongen nog aanwezig zijn. Daarom wordt kort met geluid gewerkt. Vrijwel onmiddellijk krijgen we reactie! Aangezien het geluid bestaat uit een lange, ijle en dunne fluittoon, klinkend als “tsieeeeeeeeh”, kan het zowel om een vrouwtje als om de bedelroep van de jonge dwerguiltjes zelf gaan. In ieder geval: de volgende uilensoort is aanwezig! Aanvankelijk weet enkel de gids de roepende vogel te spotten, maar eens we wat verder het bos in zijn, krijgt iedereen de vogel mooi in het vizier. Een inspectie van de nestkast levert bovendien een nest op dat nog propvol zit met jonge uiltjes.

Dit ondanks het feit dat ook hier al een jong is uitgevlogen, dat zich bovenaan een nabijgelegen dode boomstam bevindt.
Daarna komt de vraag of we interesse hebben in een nestlocatie van drieteenspecht, wat dieper in hetzelfde bos. “Hoever wandelen is het?”, vraag ik. Het oneffen terrein is allerminst ‘a walk in the park’ en ook de muggenoverlast maakt het niet bepaald eenvoudiger. Kijkend op zijn gsm naar de GPS-locatie zegt hij: “Iets van een 200 meter.” Oké! Natuurlijk zeg ik: “Direct gaan!” En dus trekken we verder het bos in. Aanvankelijk alarmeert een van beide vogels vanuit een berk nabij de nestboom, maar al snel komt die ook effectief aanvliegen met voedsel voor de jongen. Die laten van zich horen zodra de adulte vogel vlak bij de holte komt. Super stijlvolle vogels zijn het, die drieteenspechten!

Terug bij de auto pauzeren we eerst kort aan een hut met vuurplaats en zitbanken. Daar verorberen we de voorziene veldmaaltijd. Nadien gaat het verder naar de locatie waar de vogel te zien is die eigenlijk écht op het programma staat: de Laplanduil. Deze indrukwekkende uil behoort tot de grootste uilensoorten ter wereld en is een iconische bewoner van de Finse taiga en uitgestrekte naaldwouden. Met zijn reusachtige, ronde kop, diepgele ogen en opvallende grijze gezichtssluier spreekt hij enorm tot de verbeelding. Een vogel die je gewoon gezien móét hebben.
Ook nu zijn de muggen alom aanwezig zodra we op de nieuwe locatie aankomen. Onze local, voorzien van een klimharnas, touw en helm en gewapend om het nest te inspecteren, loopt voorop tijdens de korte wandeling naar de nestlocatie. Het aanwezige vrouwtje is niet echt gesteld op onze aanwezigheid. Dat maakt ze duidelijk met haar bill-snappinggedrag. Wanneer onze gids het nest inspecteert om de jongen te controleren, wordt dat er niet beter op. Hij wacht hiermee tot het mannetje arriveert met een woelmuis.

We zijn getuige van de prooioverdracht tussen beide partners. Onze gids vertelt ons ondertussen heel wat interessante weetjes. In goede muizenjaren — en dit jaar is volgens onze gids het beste jaar ooit — kunnen verschillende Laplanduilen dicht bij elkaar broeden. Soms voederen ze zelfs elkaars jongen. Jonge vogels die ver uitzwermen en elders tot broeden komen, keren bovendien soms na vele jaren terug naar hun oorspronkelijke geboorteplaats.
Het mannetje komt na de prooioverdracht nog een keer poolshoogte nemen, maar verlaat daarna vrij snel de nestlocatie. Het vrouwtje valt onze gids vervolgens twee keer aan wanneer hij de vleugellengte van de jonge vogels opmeet en ze ook weegt. Gelukkig loopt niemand daarbij verwondingen op. Noch de Laplanduil, noch onze gids. Zodra die zich weer op de begane grond bevindt, keren we terug naar de auto. Meer dan voldaan rijden wij terug naar het hotel. Onze gids gaat ondertussen verder met zijn inspectieronde, op zoek naar een vermoedelijk broedgeval van een velduil. De hoogdagen voor ringers zijn duidelijk nog niet voorbij! Onderweg zien we nog een eland met een jong. Dit voordat we opnieuw Joensuu bereiken. Wat een avond!