25 juli 2026

Reisverslag natuurreis naar Spanje 2026: de ongeziene natuurpracht van Extremadura

STARLING Reizen organiseert al ettelijke jaren een erg populaire lentereis naar Extremadura. Een ideale gelegenheid voor de Vogelwerkgroep van Natuurpunt ’s Heerenbosch om met een delegatie deel te nemen aan deze achtdaagse reis onder leiding van gids Billy Herman. Hierna volgt een reisverslag gezien door de ogen van een vogelspotter.

Speciale dank gaat uit naar onze fotografen voor de mooie foto’s waaraan we ons hart ophalen. De meeste foto’s werden genomen door Luc Verhelst uit Puurs-Sint-Amands en gids Billy Herman.

Reisverslag van dag tot dag: 25 april 2 mei 2026

Dag 1

We verzamelen ’s morgens op de luchthaven in Zaventem. Iedereen is op tijd en goed geluimd. We vliegen naar Madrid en vervolgens brengt de buschauffeur ons naar ons hotel in Trujillo, een mooi dorpje centraal gelegen in Extremadura. Dit wordt onze uitvalbasis voor de komende week.

Het vogelspotten start reeds in de bus. Langs de kant van de weg krioelt het van ooievaars, zwarte spreeuwen en zwaluwen. Niet enkel boeren- en roodstuitzwaluwen, maar vooral de bij ons steeds schaarser wordende huiszwaluwen vormen hier de hoofdmoot. Ook roodkopklauwier wordt regelmatig gespot. Achteraan in de bus wordt de lucht afgespeurd naar roofvogels. Zonder veel moeite worden ze afgevinkt: rode en zwarte wouwen, bruine kiekendieven, dwergarenden, vale gieren. Zelfs de Spaanse keizerarend wordt even waargenomen, een vliegende start heet zoiets.

Na ons eerste lekkere avondmaal verkennen we ’s avonds het centrum van het dorp met het prachtige ‘Plaza Mayor’ plein. De blikvanger op het marktplein is het majestueuze bronzen ruiterstandbeeld van Francisco Pizarro, de beruchte conquistador van het Inca rijk en stichter van Lima.

© Luc Bruggeman – Francisco Pizarro

Tijdens onze wandeling naar het marktplein spotten we nog putter, groenling en Europese kanarie aan het parkje voor het hotel. Boven onze hoofden vliegen gierzwaluwen en vale gierzwaluwen. Onder de stenen boog van de ingangspoort aan het marktplein slapen rotszwaluwen in hun nest. Onze eerste dag zit erop. Wij gaan ook slapen.

 

Dag 2

Onze eerste wandeling is kortbij, 10 km ten noorden van Trujillo. We trekken westwaarts naar Santa Marta de Magasca. Het landschap bestaat hoofdzakelijk uit steppes afgewisseld met traditionele dehesa’s (open kurkeik- en steeneikbossen).

© Luc Verhelst – Dehesa

In dit gebied, op een boogscheut van het hotel, spotten we al gauw heel wat interessante soorten. We zien en horen zangvogels in overvloed: nachtegaal, graszanger, grauwe gors, Europese kanarie, roodkopklauwier, roodborsttapuit, zwartkop en kleine zwartkop (allebei behorend tot de familie van de grasmussen), bonte vliegenvanger, Cetti’s zanger…

Een maatje groter zijn de zwarte spreeuw, de Iberische groene specht, Iberische klapekster, koekoek, blauwe ekster, de fotogenieke bijeneter en scharrelaar. Die laatste, vaak gezeten op elektriciteitsdraden, vallen niet enkel op door hun mooie blauwe dekveren maar ook door hun acrobatische duikvluchten. Niet toevallig heten ze in het Engels ‘roller’ of tuimelaar.

© Luc Verhelst – Scharrelaar

Nog wat groter zijn natuurlijk de roofvogels die we spotten: de alomtegenwoordige zwarte wouw, grauwe kiekendief, dwergarend, vale gier, monniksgier en zelfs al een aasgier. De eerste grauwe kiekendief gezien in de verte werd trouwens in eerste instantie foutief gedetermineerd als een blauwe, maar na controle op foto gecorrigeerd naar grauwe kiek.

Op deze steppen komt het gezang van de leeuweriken als een klaterende waterval uit de lucht gevallen. Niet van veldleeuweriken zoals bij ons, wel van kuif-, Thekla’s- en kalanderleeuweriken. Die laatste zijn nog relatief makkelijk te onderscheiden van hun soortgenoten. Het is een stevig gebouwde, grote leeuwerik met kenmerkende zwarte vlek op de zijborst. Met in de vlucht de zwartachtige ondervleugel met brede, duidelijke witte achterrand. Het onderscheid tussen de wijdverspreide kuifleeuwerik en de Thekla’s leeuwerik is een ander paar mouwen. Het minieme verschil in snavel is nog het eenvoudigste determinatiekenmerk in het veld. Bij de Thekla’s is hij korter en minder spits. Maar zelfs bij het bekijken van foto’s achteraf blijft het raadzaam om ook de andere kenmerken te doorgronden.

© Luc Verhelst – Kuifleeuwerik
© Luc Verhelst – Thekla’s leeuwerik

De 4de soort leeuwerik die we hier tegen het lijf lopen is de kortteenleeuwerik, een beetje kleiner dan zijn soortgenoten en met zijn duidelijke witte buitenste staartpennen wat makkelijker te herkennen.

© Luc Verhelst – Kortteenleeuwerik

’s Middags verorberen we ons lunchpakket aan de oevers van de Rio Magasca. Vanop de brug spotten we huis-, rots- en roodstuitzwaluw die allen modder oppikken voor hun nest.

© L Verhelst Denderbelle – Roodstuitzwaluw juveniel – Extremadura 2023

Terwijl we eten zwemt een adderringslang in de rivier en ligt een Moorse beekschildpad rustig te zonnen op een rots in het water.

© Luc Verhelst – Adderringslang

Na de lunchpauze trekken we verder westwaarts richting Caceres, meer bepaald naar Llanos de Cacerres y Sierra de Fuentes, een speciale beschermingszone voor vogels, met opnieuw heel wat mooie waarnemingen. Nieuwe soorten zijn: cirlgors, witte-, gele- en grote gele kwikstaart, hop, grauwe vliegenvanger, tapuit, paapje, steltkluut, slangenarend, kwartel !gehoord!, grote trap en kleine torenvalk. Bij het maken van een reisverslag maken we soms voor elke dag een tabel met de 10 of 20 mooiste waarnemingen. Maar hoe kan je uit die 91 soorten van vandaag een beperkte selectie maken? Niet dus. Over insecten werd nog geen woord gerept, alhoewel die talrijk aanwezig zijn. Ter compensatie een foto van een vlinder, een netvleugelig insect (verre familie van gaasvliegen) en een libel.

© Luc Verhelst – Spaans bloemenblauwtje
© Luc Verhelst – Iberische wimpelstaart
© Luc Verhelst – Platbuik vrouwtje

Terug thuis nemen we op de binnentuin achter het hotel eerst onze aperitief alvorens binnen het avondmaal te nuttigen. Altijd een gezellig moment met de groep nog wat napraten en keuvelen over wat we allemaal hebben gezien.

© Billy Herman – Lekkere Ibericoham, de varkens zien we later nog…
© Luc Bruggeman – Diner

 

Dag 3

Vandaag starten we een goede vijftig km ten noorden van Trujillo, in Saucedilla aan de noordzijde van het stuwmeer van Arrocampo. Om 8u33 worden de eerste waarnemingen al geregistreerd op ‘Observation.org’, de wereldwijde database voor natuurwaarnemingen. Hier spotten we meteen een aantal watervogels zoals purperreiger, grote en kleine zilverreiger, lepelaar, ijsvogel, witoogeend, oeverloper, dodaars, steltkluut, zwarte ibis. Maar ook koereiger, blauwe ekster en hop zitten in de directe nabijheid. Een rode wouw laat zich bewonderen in de lucht, net zoals 2 bruine kiekendieven. Verder weg op de kruin van een dode boom zit een grijze wouw te rusten. Naast de klassieke zangvogels zoals grauwe gors, roodborsttapuit, nachtegaal, kleine karekiet en Europese kanarie spotten een paar mensen in het hoge gras een Sint-Helenafazantje, een exoot oorspronkelijk afkomstig uit Afrika, maar nu regelmatig hier te vinden in de buurt van waterpartijen en rietlanden. Dit vogeltje is geen fazant maar behoort tot de familie van de prachtvinken en oogt met zijn rode snavel en rode oogstrepen inderdaad als een prachtig vinkje. Van die andere kleine exoot, het tijgervinkje, horen we later nog.

Vale gierzwaluwen vliegen als ware luchtacrobaten. Eentje laat zich mooi fotograferen met een hemelsblauwe lucht als achtergrond. Het weer is ons goed gezind.

© Billy Herman – Vale gierzwaluw

We trekken verder noordwaarts richting Piornal naar een bosrijke omgeving. Naast ‘eenvoudige’ soorten zoals boomkruiper en boomklever horen we wielewaal en zien we appelvink en bergfluiter.

© Billy Herman – Bergfluiter

Nog meer noordwaarts maken we onze middagstop. Tussen de soep en de patatten of beter gezegd tussen heide en brem sporen we de omgeving af naar zangvogels in dit mooie biotoop op meer dan 1.200m hoogte.

© Luc Verhelst – Piornal

Hier spotten we een paar fantastische soorten: Provençaalse grasmus met zijn indringende roodbruine iris, Westelijke baardgrasmus, grijze gors en ortolaan. Die laatste positioneert zich strategisch op het topje van de hoogste rotsblok. Om duimen en vingers bij af te likken, ook al hebben we ondertussen de inhoud van onze knapzak achter de kiezen geslagen.

© Luc Verhelst – Provençaalse grasmus

Ook op de grond wordt gespeurd naar fraais. Een grote zandloper (hagedis) heeft een grote spitskop (sabelsprinkhaan) te pakken en een speciale kever lust wel een groen blaadje. Het is de Spaanse vlieg (was vroeger de basis voor een berucht afrodisiacum; opgelet te veel is dodelijk).

© Luc Verhelst – Grote zandloper
© Luc Verhelst – Spaanse vlieg

Mooie foto’s worden genomen van diverse vlinders. Voor een leek lijkt  de moerasparelmoervlinder en de knoopkruidparelmoervlinder erg op elkaar maar dat is slechts schone schijn. Bij nader toezien verschillen ze uiterlijk op meerdere kenmerken. Daarenboven verschilt ook hun leefgebied en hebben ze andere waardplanten. De ringelrupsvlinder is dan weer een eenvoudige wat doffe nachtvlinder maar de rups daarentegen is een erg kleurrijke verschijning.

© Luc Verhelst – Ringelrups

Terug naar onze vogels. We spotten nog diverse soorten zoals zwarte roodstaart, kneu, koekoek, boomleeuwerik (daarmee hebben we de vijf frequent voorkomende soorten leeuwerik afgevinkt), raaf, buizerd, dwergarend, vale gier… Tijd om terug te keren. Nog even stoppen op enkele kilometers ten westen van Piornal. In deze bosrijke omgeving staan nog interessante plantensoorten. Maar ook nog iets anders. Naar wat kijken we? Een koppeltje Iberische vliegenvangers. De bonte vliegenvanger hadden we gisteren al. Dit is een ondersoort die broedt in bergbossen, vaak pas vanaf 1.000m hoogte.  Het mannetje heeft een grotere witte voorhoofdsvlek boven de snavel dan onze bonte vlieg. Bij het inzoomen van het exemplaar hieronder is die vlek trouwens duidelijk zichtbaar.

© Luc Verhelst – Vogelspotters
© Luc Verhelst – Iberische vliegenvanger man

Een beetje verder spotten we nog een prachtige blauwe rotslijster. Moesten we een top 10 van de reis maken, we zouden hem met stip genoteerd hebben.

Na het avondmaal trekken we terug naar het centrum van de stad naar het Castillo de Trujillo, een van de locaties voor de serie Game of Thrones. Het kasteel ligt op het hoogste punt van de stad en biedt een weids uitzicht over de stad. Onderweg spotten we nog gekko’s. Bij de straatverlichting jagen ze op muggen en vliegen. Ze zien er misschien een beetje angstaanjagend uit, maar deze hagedisjes zijn slechts 10cm lang. We wensen tijdens deze avondwandeling vooral de Moorse nachtzwaluw te zien en te horen. En ja, een beetje voorbij het kasteel hebben we prijs. We horen een aanhoudend gesnor, een trillend geratel dat minutenlang aan een stuk kan doorgaan. Met een beetje verbeelding klinkt het als een ouderwetse naaimachine. We hebben geluk, alhoewel eerder vrij schuw, komt er eentje even over onze hoofden vliegen. Toch wel een indrukwekkend silhouet. Met een spanwijdte van zestig à vijfenzestig cm een beetje groter dan onze nachtzwaluw. Tijd om een mooie dag af te sluiten.

© Luc Verhelst – Gekko’s

 

Dag 4

De zon is weer van de partij, voor morgen wordt regen voorspeld. Niet wachten dus vandaag verkennen we het Nationaal Park van Monfragüe. We starten bij de Pena Falcon, ook bekend als Salto del Gitano, zeg maar de beroemde gierenrots.

© Luc Verhelst – Gierenrots

De locatie doet zijn naam eer aan. Hier verblijven honderden gieren. Vooral vale gieren zijn hier overvloedig aanwezig. Een aantal broedt op de ruwe maar veilige rotsen. De jongen zijn nog niet vliegvlug. Zie de vale gier met jong hieronder.

© Luc Verhelst – Vale gier met jong

Aasgieren zijn een stuk kleiner en schaarser dan hun andere hier aanwezige soortgenoten, de vale gier en monniksgier.

© Luc Verhelst – Aasgier
© L Verhelst Denderbelle – Aasgier op nest – zelfde locatie 2023

Er valt natuurlijk wel meer te bewonderen dan enkel gieren. Een slechtvalk speurt de omgeving af op het topje van het gebergte. Zwarte ooievaar zweeft majestueus boven de Taag. De Taag kronkelt zich door deze regio en vloeit westwaarts naar Portugal waar hij in Lissabon uitmondt in de Atlantische oceaan.

© Luc Puttemans – Zwarte ooievaar bovenkant
© Billy Herman – Zelfde vogel onderkant

We spotten hier ook kleinere vogels zoals cirlgors, rotszwaluw, zwarte roodstaart, grijze gors, Europese kanarie, zelfs onze kleine winterkoning voelt zich hier thuis. Maar wie zich nog meer thuis voelt in deze streek is de blauwe rotslijster (remember een Top 10 soort).

© Billy Herman – Blauwe rotslijster

We steken de Taag (Rio Tajo) over en verkennen een plaats een beetje meer noordwaarts. Het Nationaal Park is vrij groot (18.118 hectare). We beperken ons tot een korte wandeling. We horen het gekende gezang van de wielewaal ‘duudeljo’ maar ook hier is de vogel schuw. Hij laat zich niet zien. De alpengierzwaluwen laten zich wel bewonderen hoog in de lucht. Bij de middelste zwaluw op de foto is de witte keel en de donkere keelband mooi zichtbaar.

© Billy Herman – Alpengierzwaluw

Aan de brug over de Taag wemelt het van huiszwaluwen. Het aantal nesten onder de brug is niet te tellen. We pogen de huiszwaluwen zelf te tellen en stranden op een slordige 1.000 exemplaren, een mooie waarneming om te registreren (onze persoonlijke statistieken verbeteren). Een beetje verder in Villareal De San Carlos moet onze knapzak er aan geloven. Ondertussen zien en horen we natuurlijk nog mooie waarnemingen: orpheusspotvogel op 2 zangposten, nachtegaal, grasmussen zoals de Westelijke baardgrasmus en kleine zwartkop, roodkopklauwier, Europese kanarie, appelvink, grauwe gors en cirlgors.

© Luc Verhelst – Kleine zwartkop
© Luc Verhelst – Cirlgors

Meerdere rivieren kronkelen door het Nationaal Park. We stoppen op verschillende plaatsen, onder andere aan de oevers van de Rio Tiétar. We spotten nog erg uiteenlopende soorten: van staartmees, hop, Thekla’s leeuwerik, torenvalk, grote bonte specht tot aasgier en slangenarend.

© Luc Verhelst – Slangenarend

Wat verder spotten we nog een knappe Westelijke blonde tapuit, de laatste waarneming voor vandaag.

© Luc Verhelst – Westelijke blonde tapuit

 

Dag 5

We verwachten vandaag wat regen, een goed moment om een snuifje cultuur in te lassen. Op naar het zuiden, naar Merida de hoofdstad met zijn Romeinse amfitheater en brug. Onderweg houden we halt in de omgeving van Campo Lampur en maken 2 wandelingen. Weidse vergezichten, geen kat in de verste verte te bespeuren. En toch, een landbouwer met grote tractor komt aangereden en slaat af net in dat ene paadje waar de bus staat geparkeerd. Onze immer telefonerende chauffeur José moet al aan de bak en het is nog geen 8u30. We vertrekken immers elke morgen op tijd en stond zoals het goede vogelspotters betaamt. Worden direct gezien: bruine kiekendief en scharrelaar. Wat verder nog een koppeltje scharrelaars met een tuimelvlucht (baltsvlucht?). Al tuimelend maken ze salto’s in de vlucht. Of zijn ze al duikelend aan het jagen op insecten? Het is alleszins mooi om zien. Verder nog kleine torenvalk, bijeneter, grauwe klauwier, kwartel (gehoord), steenuil en grote trap. Die laatste paradeert op respectabele afstand en verdwijnt regelmatig achter de heuvelrand. Passeren nog de revue: lachstern, griel, bruine kiekendief  en kleine trap.

© Luc Verhelst – Kleine trap

Een paar km meer zuid-oostwaarts op een paar zeer natte percelen foerageren steltlopers. Tijgervinkjes verstoppen zich in het lange gras langs het wandelpad. Ook dit kleurrijk prachtvinkje is een exoot (cfr het Sint-Helenafazantje van dag 3) maar deze soort is afkomstig uit Zuid-Azië en een zeldzame verschijning in Extremadura want een moeras- en rietminnend vinkje. Verder noteren we blauwe ekster, hop, steltkluut en een aantal nieuwe soorten: lachstern, zomertortel, krombekstrandloper, tureluur, kemphaan, groenpootruiter, bosruiter, bontbekplevier en vorkstaartplevier. Vooral die laatste is een mooie verschijning. Eentje is goed verscholen tussen de gewassen op het veld en moeilijk te fotograferen.

© L Verhelst Denderbelle – Vorkstaartplevier Extremadura 2023

Onze lunch eten we vandaag aan het stuwmeer van Alange. De voorbije jaren broedde er een paartje zwarte tapuit in rotsspleten een beetje buiten het centrum van het dorpje. Het geluk is met ons. Nog voor de bus op de parking is gestopt, wordt het koppeltje al gespot. ‘Changement de décor’, naast de parking wordt een huis gesloopt. Voor dit koppeltje blijkbaar ook een ‘ideale’ broedplaats. We kunnen ze bewonderen van dichtbij.

© Billy Herman – Zwarte tapuit man

Op deze locatie spotten we o.a. nog lachstern, roodborsttapuit, krakeend, kleine zwartkop, koereiger en rotszwaluw.

© Billy Herman – Rotszwaluw

In Mérida bezoeken we het Amfitheater waar de gladiatoren vochten. Enkel de onderste rijen van de arena (de tribunes) zijn bewaard gebleven. Pal daarnaast ligt het Romeins Theater waar toneelstukken werden opgevoerd. Dit theater beschikt over de wereldberoemde, torenhoge podiummuur versierd met tientallen prachtige, originele marmeren zuilen en keizerlijke beelden. Dit theater is een van de best bewaarde bouwwerken uit de Romeinse tijd. Beide zijn nu onderdeel van hetzelfde archeologisch complex.

Vooral het grote vrouwenbeeld intrigeert me een beetje. De bijhorende bronzen plaat is voorzien van een Latijnse tekst die vertaald naar het Nederlands als volgt luidt: ”Aan Nemesis, opdat ik er op dezelfde voeten mag uitgaan als waarmee ik ben binnengekomen.” Nemesis was de godin van de wraak en het lot, die door de gladiatoren vurig werd vereerd. Dit was het gebed van de gladiatoren voordat ze de bloedige arena betraden. Conclusie, de krijgers vroegen niet om de ultieme glorie of de dood van hun vijand, maar simpelweg om op eigen benen de arena te verlaten in plaats van dood weggedragen te worden op een baar.

© Luc Bruggeman – Romeins theater
© Luc Bruggeman – Romeins theater

We bezoeken nog een parkje met mooi zicht op de Romeinse brug over de Guadiana rivier. De brug is 792 lang en daarmee de langste Romeinse brug die bewaard is gebleven. Ze is nog steeds toegankelijk voor voetgangers. We spotten hier purperreiger, zwarte ibis en enkele weinig schuchtere hoppen.

© Luc Verhelst – Romeinse brug

Halverwege de terugweg naar Trujillo strekken we nog even de benen in de buurt van Montánchez. Dat levert nog enkele mooie waarnemingen op: wielewaal, kleine zwartkop, roodstuitzwaluw, roodkopklauwier, dwergarend, vale gier en monniksgier, de alomtegenwoordige zwarte spreeuw en de schuwe blauwe ekster. Die laatste is moeilijk te fotograferen. Omdat het een typische broedvogel van het Iberisch schiereiland is pakken we uitzonderlijk een rechtenvrije foto van het internet en voegen hem bij dit verslag.

© Pexels Jin Dan – Blauwe ekster

Dag 6

We trekken in de voormiddag terug naar de regio Magasa niet ver van ons hotel waar we op dag 2 al op verkenning zijn geweest. Stipt vertrokken om 7u45 zoals altijd, om 8u10 wordt de eerste waarneming, een hop, al geregistreerd. Tijdens de reis worden dat 411 geregistreerde waarnemingen in totaal. Reden om een hoge borst op te zetten is dat niet wanneer later blijkt dat een vriend ‘alleswaarnemer’ die ook uitgebreide interesse voor planten heeft, meer dan 1.000 waarnemingen registreert. Alles voor de wetenschap hé!

© Luc Verhelst – Hop

Na een kwartiertje wandelen spotten we onze eerste grote trap, gekend als de zwaarste vliegende vogel van Europa. Vooral de balts van de mannetjes om de vrouwtjes te imponeren is indrukwekkend. De staart wordt omhoog en naar voren geklapt over de rug, waardoor de witte onderstaartdekveren prominent worden getoond. Hij verandert in een witte bol, blaast zijn keelzak op en gooit zijn kop achterover. Wat een schouwspel! Aangezien het een van de hoogtepunten van de reis is en de beschikbare foto’s onvoldoende zijn veroorloven we ons nog een gratis rechtenvrije foto van het internet te plukken. Ook kleine trap laat zich een beetje verder showen. En ook hier gooit het mannetje zijn kop achterover tijdens het baltsen.

© Pexels Peter Kovesi – Grote trap
© Luc Bruggeman – Grote trap baltsend voor ons

Voor sommige soorten is het een beetje zoeken zoals de witbuikzandhoen en de kuifkoekoek. De zandhoen zit ver weg op oneffen terrein. Blijkbaar zitten er meer want er vliegen 3 stuks boven onze hoofden. De kuifkoekoek krijgen we in eerste instantie niet te zien. Maar wat niet is kan nog komen.

© Luc Bruggeman – Witbuikzandhoen

Een koppeltje Spaanse keizerarenden laat zich wel spotten. We blijven op voldoende afstand. Ze zitten boven in de spits van een dorre boom. Om ons een plezier te gunnen, verlaten ze hun houten troon en kiezen samen het luchtruim. Op die manier showen ze hun kenmerkende zuiverwitte vleugelvoorrand waardoor ze o.a. verschillen van de ‘gewone’ keizerarend. Ook de witte schoudervlek is meestal groter en meer naar voren geplaatst zoals te merken op onderstaande foto getrokken door een collega in Extemadura in 2023.

© L Verhelst Denderbelle – Spaanse keizerarend Extremadura 2023

We spotten verder nog diverse leeuweriken, grasmus, graszanger, kievit, raaf, buizerd en dwergarend. Een iemand van de groep voelt zich minder lekker. We keren even terug naar het hotel, het is maar een kwartiertje rijden. Wanneer we terugkeren en onze tocht verder willen zetten, stoppen we opnieuw even op de locatie waar geregeld kuifkoekoek opduikt. Deze keer is hij wel van de partij, luidruchtig jagend. Voor de meesten is deze sierlijke vogel een première, eentje die op het verlanglijstje van menig vogelliefhebber stond.

Op naar het noorden, naar Serradilla aan de rand van het Nationaal Park Montfrangüe op bezoek bij een uitgeweken Vlaming Achilles, wonend op zijn afgelegen plateau met een reusachtige en memorabele ‘tuin’ rond zijn huis. Zodra aangekomen zoeken we een plaatsje in de schaduw onder de bomen en versterken we de innerlijke mens met onze picknick.

© Luc Verhelst – Lunchen bij Achilles

De tuin is een paradijs voor plantenliefhebbers. Achilles geeft een uitgebreide rondleiding in zijn ‘natuurlijke’ tuin. Hier bloeit en kruipt een beetje van alles. Wie hier wil inventariseren is een jaartje zoet. Als leek meen ik een boomkikker te herkennen. Die waarneming wordt geregistreerd, het hoeven niet altijd vogels te zijn. Maar al vrij snel ontvang ik bericht van de validator dat we hier te maken hebben met een gestreepte boomkikker. Juist is juist.

© Luc Verhelst – Gestreepte boomkikker

In de tuin staan ook Spaanse kurkeiken. De kurk wordt elke 9 tot 12 jaar met de hand geoogst. Bij de eerste en tweede oogst is de kurk nog niet geschikt (onvoldoende elastisch) voor kwaliteitskurken. De boom moet 40 tot 50 jaar oud zijn voor goede wijnstoppen. Geduld is een mooie deugd!

© Luc Bruggeman – Spaanse kurkeik

Terug over naar de vogels. Behalve de klassiekers zoals onder andere hop, bijeneter, grauwe gors, nachtegaal, roodkopklauwier, blauwe ekster, zwarte wouw, slangenarend, dwergarend en verschillende gieren spotten we 2 nieuwe soorten: een grote lijster en vooral enkele rotsmussen. Hieronder nog een foto van bijeneter in zijn klassieke pose.

© Luc Verhelst – Bijeneter

Op de terugweg passeren we een varkensboerderij met honderden Iberische varkens, een inheems donker ras met zwarte hoeven (de zogenaamde pata negra) in hun klassieke omgeving, de dehesa’s. In deze uitgestrekte en beschermde weidegebieden vol steen– en kurkeiken leven ze in alle vrijheid en eten ze grassen en eikels waaraan ze hun nootachtige smaak te danken hebben. Lekkere sneetjes van deze Iberico–ham zijn niet te versmaden als aperitiefhapje.

© STARLING Reizen – Iberische varkens

 

Dag 7

Onze laatste volledige dag ter plaatse trekken we terug naar het Nationaal Park Montfrangüe. We maken een mooie maar pittige wandeling startend in Villarreal de San Carlos op een natuurpad deel uitmakend van de Camino Natural del Tajo (natuurpad van de Taag). Deze laatste is een bewegwijzerde lange-afstandsroute (GR113) van meer dan 1.000 km. We bekijken de rotsachtige heuvels van de andere kant en hopen de havikarend te mogen spotten, nog zo een eentje op het verlanglijstje van menig vogelspotter. Het eerste deel van het pad is geplaveid. Langs beide kanten van de weg valt van alles te ontdekken, ook een Iberische rolspin wordt waargenomen. Toch even opletten voor dit beestje.

 

© Luc Verhelst – Iberische rolspin

In de eerste plaats is het toch opletten voor onze havikarend, maar die laat zich niet direct zien. Wel spotten we onze klassiekers: ook hier veel zangposten van nachtegaal, grauwe gors, roodkopklauwier, Provençaalse grasmus, kleine zwartkop, wielewaal, koekoek, blauwe ekster, veel huiszwaluwen ook en nog een boomleeuwerik. De plaveien onder onze voeten zijn weg. Het tweede deel van de wandeling kronkelt zich naar boven. Hier hebben we een mooi uitzichtpunt of een mirador zoals dat in bergachtige streken wordt omschreven. De telescopen worden opgesteld. Het duurt wel even maar dan duikt in de verte boven de heuvelrug in de omgeving van de gierenrots onze havikarend op. Wanneer hij draait, kan je de witte mantelvlek ontwaren. Maar het blijft een verre waarneming. Korter bij zien we een rode patrijs tussen de rotsen scharrelen. We keren zoetjesaan terug naar beneden. Het wordt warmer en we krijgen meer thermiek. We spotten meerdere roofvogels en plots duikt een havikarend op van achter een rotskam. Deze keer dichtbij, er duikt zelfs een tweede exemplaar op, een koppel. Het wordt een luchtshow. We kunnen de vogel nu veel beter observeren aan de onderzijde en de klassieke kenmerken herkennen bij deze middelgrote krachtige arend met een spanwijdte van 144 tot 165 cm. In zweefvlucht houdt hij zijn brede vleugels mooi vlak.

Bij deze 2 adulten merk je mooi de combinatie van witachtige onderdelen, de zwarte vleugelbocht en vleugelbaan en de brede zwarte eindband. Zie de foto hieronder.

© L Verhelst Denderbelle – Havikarend Extremadura 2023

Een monniksgier laat zich ook mooi bewonderen in sierlijke glijvlucht. Hij wordt soms ook gewoon de zwarte gier genoemd. Makkelijk te begrijpen bij het bekijken van de foto.

© Luc Verhelst – Monniksgier

We spotten nog een boomvalk en horen in de verte nog zomertortel. Tijd om af te zakken naar het zuiden om de fameuze gierenrots nog eens te monsteren van dichtbij. Er cirkelen opnieuw vele gieren onder een blauwe hemel, vooral vale gieren. De gierenrots of Pena Falcon of ‘El Salto del Gitano (de sprong van de zigeuner) is de iconische honderden meters hoge rotswand, een van de beroemdste plekken in Europa om vooral de honderden vale gieren te spotten en fotograferen. Ook zwarte ooievaar en slechtvalk verblijden ons opnieuw.

© Luc Verhelst – Gierenrots
© Luc Verhelst – Vale gier

Wanneer je de ‘close up’ foto’s van monniksgier en vale gier bekijkt met al hun verschillen in kleur en vorm moet het poepsimpel zijn om deze vogels in een oogopslag te determineren wanneer ze hoog door de lucht zweven. Mispoes. Beide soorten zijn fenomenaal groot: spanwijdte van de vale gier is 230 tot 265 cm, bij de monniksgier nog meer: 250 tot 285 cm. Ter vergelijking onze zeearend die we spotten in de lage landen, ook gekend als de vliegende deur, heeft een spanwijdte van een dikke 2 meter. Deze gieren zijn dus nog een maatje groter. Hoog in de lucht, zeker bij niet ideale lichtinval heb je aan die kleurverschillen niet bijster veel. Beter is dan de vlieghouding in de gaten te houden. De vale gier houdt zijn vleugels in zweefvlucht in een ondiepe V. Bij de monniksgier daarentegen valt het silhouet tijdens het zweven in vooraanzicht op door de altijd horizontaal gehouden armvleugel en de iets omlaag gehouden handpennen.

Blauwe rotslijster is terug van de partij. We voegen nog eens de foto bij van deze beauty.

© Luc Verhelst – Blauwe rotslijster

Bij dit warme weer vertoeven we graag in een van die typische zuiderse dorpjes op het lokale marktpleintje onder een grote boom om de dorstigen te laven, een van de zeven werken van barmhartigheid. Die activiteit is trouwens inbegrepen in het reispakket. Vandaag valt de eer te beurt aan het dorpje Monroy. Terwijl we wat nakaarten over al het fraais dat we wederom hebben gezien, houden we natuurlijk ogen en oren open. We spotten links en rechts nog kleine soorten zoals huismus en Spaanse mus, boeren- en huiszwaluw die hier hun nesten zonder problemen onder de overhangende daken kunnen bouwen, putters, Turkse tortels. De dakpannen op de huizen zijn ook een ideale schuilplaats en broedplaats voor de lokale spreeuw, de zwarte spreeuw. Die ziet er met zijn lange keelveren, wat tijdens het zingen een ruige ‘baard’ vormt, nogal slonzig uit. Zingt ook luider en feller dan onze spreeuw. Hieronder een zwarte spreeuw in actie tijdens onze ‘hydration break’. Ook de voetballers op het WK voetbal nemen zo’n pauze.

© Luc Verhelst – Zwarte spreeuw

Van iets groter formaat is de ooievaar, nog zo’n klassieker die je overal in Extremadura ziet. Een eenvoudige elektriciteitspaal is voldoende voor veel koppeltjes.

© Luc Verhelst – Ooievaar

Op de terugweg naar het hotel spotten we aan de Rio Almonte nog witte en grote gele kwikstaart. In Trujillo brengt een zwarte roodstaart zijn riedeltje en mogen we nog een tiental kleine torenvalken bewonderen.

© L Verhelst Denderbelle – Kleine torenvalk in Extremadura 2023

Dag 8

Alvorens naar Madrid te rijden, hebben we nog onze laatste voormiddag in Extremadura. We trekken naar het stuwmeer van Arrocampo. Het meer is in de jaren 70 aangelegd om het warme koelwater van de nabijgelegen kerncentrale Almaraz op te vangen en af te koelen voordat het terugstroomt in de rivier de Taag. Door het constante, warme water en de uitgestrekte rietkragen is het uitgegroeid tot een belangrijk natuurgebied en broedplaats voor veel moerasvogels. Hier gaan we onze vogellijst nog serieus kunnen aanvullen. We zien aalscholver, grote zilverreiger, zwarte wouw, bruine kiekendief, enkele ‘eenvoudige’ soorten zoals, kauw, ekster en merel, maar ook snor, kwak, woudaap, kuifkoekoek, kleine zilverreiger, koereiger, slobeend, waterral en purperreiger.

© Luc Verhelst – Purperreiger

En niet te vergeten de meest interessantste voor vandaag is de purperkoet.

© Luc Verhelst – Purperkoet

Die laat zich verschillende keer bewonderen, in het water en boven het riet. Een mooie afsluiter is dit. Het begint te regenen en we beslissen iets vroeger de bus in te vluchten dan gepland. We willen niet als ‘waterkiekens’ in Madrid aankomen. Dit natuurgebied is vrij groot, heeft meerdere vogelkijkhutten en was zeker nog een bijkomend bezoekje waard. Maar aan alle mooie liedjes komt een einde. Ook aan dit avontuur in Extremadura. Onze vogellijst sluit af op 139 soorten waaronder toch wel heel wat soorten die we bij ons in de lage landen zelden of nooit te zien krijgen.

Bedankt aan alle medereizigers voor het aangename gezelschap en een pluim voor onze gids Billy. Een heel geslaagde reis.

Dit verslag is ook beschikbaar op de website van Natuurpunt.

https://www.natuurpunt.be/werkgroepen/vogelwerkgroep-s-heerenbosch

Alle beelden op onze website zijn eigen werk en gemaakt door onze deelnemers en gidsen. Wat je ziet geeft dus een realistisch beeld van wat jij zelf kan zien, beleven en fotograferen op onze reizen.