Reisverslag vogelreis naar Bulgarije 2026: ongekende natuurpracht aan de Zwarte Zee
In het voorjaar van 2026 mocht Joachim Pintens een enthousiaste groep vogelaars begeleiden door de prachtige natuur van Bulgarije. Dankzij zijn oog voor detail en uitmuntende kennis kon de groep precies 200 vogelsoorten en nog veel meer bijzonders waarnemen. Thérèse was een van de gelukkigen die mee mocht in het zog van Joachim en schreef nadien haar ervaringen neer in een mooi reisverslag. Lees en geniet mee van het verhaal van de vogelreis naar Bulgarije in 2026.

Op 1 mei ’s morgens in alle vroegte loop ik de vertrekhal binnen op het vliegveld van Zaventem en ontmoet daar twee van mijn medereizigers, het echtpaar Luc en Sabine. Met z’n drieën vliegen we via Wenen naar Varna aan de kust van de Zwarte Zee. De vierde vogelaar Wilfried staat ons daar op te wachten samen met onze gids Joachim. Die laatste heeft al wat rondgekeken in de buurt en brengt ons naar een plek net buiten de stad langs de snelweg waar we al getrakteerd worden op een roodpootvalk, mannetje én vrouwtje! Prachtige vogels! Maar dat is niet alles want een grote groep zomertortels, wel een stuk of 30, strijkt neer op een elektriciteitsdraad en laat zich goed bewonderen. Ook een scharrelaar meldt zich, een vogel die ik al heel lang wilde zien. Ik vergaap me aan zijn of haar prachtkleed.
De toon is al meteen goed gezet.

Op weg naar ons hotel in Kavarna spot onze gids, uitgerust met haviksogen, een schreeuwarend in een boom. De volgende morgen na het ontbijt rijden we naar het meer van Durankulak. We zitten dicht bij de grens met Roemenië. Op het strand zien we een groep krombekstrandlopers, kleine strandlopers en kleine plevier. Aan één kant van de baai zien we verschillende eendensoorten en verschillende sterns maar ook een parelduiker en kroeskoppelikaan. Aan de andere kant vinden we het nestje van een buidelmees, een ingenieus bouwwerkje dat we bewonderen, begeleid door de zang van zowel de kleine als de grote karekiet. Op weer een andere plek de ortolaan, ook zo’n soort die je eigenlijk zelden in onze contreien nog te zien krijgt.
De dagen daarna bezoeken we steeds verschillende plekken langs de kust met als uitschieters qua vogels: griel, vorkstaartplevier, bonte tapuit, alpengierzwaluw, kroeskoppelikaan, slangenarend, withalsvliegenvanger en roodhalsfuut. Er is daarnaast zeker oog voor de planten die we zien. Zo is er een heel opvallende plant in de buurt van Kaliakra: de asphodeline, een leliesoort die hele velden geel kleurt. Nooit zoiets gezien!

Na drie dagen verkassen we en onze gids voert ons een stuk zuidelijker langs de kust, naar Sozopol. Maar niet zonder onderweg nog wat gebiedjes aan te doen. Daar zullen we weer drie dagen verblijven en op verschillende plekken opnieuw ogen te kort komen. Ik meldde me één dag af want ik had gelezen dat er in het stadje Sozopol prachtige 18de en 19de eeuwse houten huizen staan. Sozopol ligt aan een baai en via het strand kon ik vanuit het hotel naar de oude stadskern lopen. Ik werd op een ongelooflijke verrassing getrakteerd. De goed bewaarde kern was het dagje zonder vogels waard. Een nadeel was natuurlijk wel dat ik het bijzondere natuurgebied Strandzha misliep, waar de anderen Balkanvliegenvanger, grijskopspecht en slangenoogskink zagen.

Na Sozopol trekken we verder het binnenland in en zitten zowat tegen de Turkse en Griekse grens. Joachim heeft ongelooflijk veel voorbereidend werk gedaan en sleept ons mee naar prachtige plekken. Eén van de eerste gebiedjes die we aandoen is in de buurt van Sakar met een ongekende bloemenpracht . Het zag er blauw en wit, blauw van het blauw parelzaad en wit van de gewone vogelmelk met als uitsmijter de siesel, vogel noch plant, maar een soort grondeekhoorn die af en toe op z’n achterpoten ging staan om te zien wie er zijn rust kwam verstoren. Op een ander moment neemt Joachim ons mee naar een plek waar de goudjakhals zit. En als op commando komt hij ook nog tevoorschijn!

Onze volgende standplaats is in de buurt van de regio Madzharovo, een gebied waar voornamelijk Bulgaren van Turkse afkomst wonen. In deze regio zijn kale rotsen die bevolkt worden door verschillende soorten gieren zoals: aasgier, vale gier en monniksgier, maar ook raven en de Aziatische steenpatrijs. We zien ook een rotsklever met nest. Hij boetseert het nest op de bergwand in de vorm van een kegeltje met een opening aan de voorkant. Ook kleine soorten als balkanbaardgrasmus, sperwergrasmus, Griekse spotvogel, oostelijke blonde tapuit en zwartkopgors krijgen we te zien. Onder de reptielen konden we wormslang en een enorme scheltopusik noteren, een pootlooze hagedis.
Een ongekende weelde!
En dan doe ik Luc te kort die heel veel insecten fotografeerde en later ook bij naam rubriceerde, en alle prachtige vlinders. Ik noem er maar een klein gedeelte van: knoopkruidparelmoervlinder, morgenrood, koningspage, rouwmantel, griekse vuurvlinder.
Joachim, een man met een ongelooflijke kennis, niet alleen van vogels, wist ook de verschillende slangen en schildpaden die we zagen te noemen. Om een indruk te geven: we zagen precies 200 soorten vogels, een 40-tal soorten dag- en nachtvlinders, maar ook slangen, hagedissen, schildpadden, heel veel insecten en prachtige bloemen.
Na het zien van zoveel schoonheid moet je wel nederig worden als mens en je blijven realiseren hoeveel rijkdom de natuur ons te bieden heeft, zolang we er maar zorgvuldig mee omgaan.
Thérèse Vriens
