Reisverslag natuurreis naar Tasmanië en Australië 2025 DEEL 2: op zoek naar de plains-wanderer
In november 2025 trok begeleider Jan Kelchtermans met een enthousiaste groep natuurliefhebbers Down Under. Deze bijzondere natuurreis bestond uit twee delen: Tasmanië en Australië, en ook dit reisverslag volgt diezelfde route.
In DEEL 1 kon je lezen hoe Jan zijn reis begon op Tasmanië. Ze genoten van de prachtige endemen die je daar kan aantreffen. In dit blogbericht gaat de reis verder. De groep heeft de oversteek gemaakt van Tasmanië naar het Australische vasteland. Na de landing in Melbourne maken ze zich op voor een rondreis door het zuiden van Australië. Jan neemt ze mee langs enkele van de indrukwekkendste biotopen waar topsoorten zich schuilhouden. Zullen ze de mythische plains-wanderer tegen het lijf lopen? Geniet mee van dit verslag.
18 november: Western Treatment Plants: vogelparadijs van wereldklasse
De ochtend start ontspannen. Iedereen kan op eigen tempo ontbijten naar eigen voorkeur in een gezellig café vlak bij het hotel. De enige afspraak: om negen uur stipt verzamelen in de lobby, klaar voor een nieuwe dag vol natuurbeleving en bijzondere waarnemingen.
Onderweg naar de Western Treatment Plants, onze eerste grote stake-out van de reis, maken we nog een korte stop bij een typische roadside take-away voor een snelle lunchbestelling. Zo verliezen we geen kostbare tijd aan een restaurantbezoek en kunnen we maximaal genieten van het uitzonderlijke gebied dat ons wacht.
Dankzij een sleutelbos in handen van Guille, onze lokale gids, openen zich letterlijk de poorten naar één van de meest fascinerende natuurgebieden rond Melbourne. De Western Treatment Plants vormen een immense, milieuvriendelijke waterzuiveringsinstallatie van maar liefst 110 km², goed voor de verwerking van ongeveer de helft van het rioolwater van Melbourne. Via een ingenieus lagunesysteem breken microben afvalstoffen af, wat niet alleen gezuiverd water oplevert maar ook biogas voor hernieuwbare energie.
Voor vogelliefhebbers is echter vooral de biodiversiteit van onschatbare waarde. Het gebied is erkend als RAMSAR-gebied van internationaal belang en geniet wereldfaam dankzij zijn meer dan 300 vogelsoorten. Nog voor we het domein oprijden worden we al beloond met een eerste hoogtepunt: een majestueuze brolga foeragerend in een veld naast de weg.

Tijdens onze verkenning doorkruisen we een indrukwekkende variatie aan habitats: uitgestrekte lagunes, kustzoutmoerassen en open graslanden. Overal bruist het van leven. De hele dag door zijn we in de weer met observeren en fotograferen van een enorme diversiteit aan vogels: eenden, reigers, lepelaars, aalscholvers, pelikanen, rallen en steltlopers vullen voortdurend ons gezichtsveld.
Langs de kustlijn wandelen we door lage zoutmoerasvegetatie, het favoriete overwinteringsgebied van de uiterst zeldzame orange-bellied parrot. Hoewel de soort in november afwezig is — de vogels verblijven dan in hun afgelegen broedgebieden in Tasmanië — blijft het bijzonder om door hun habitat te lopen. Samen met de swift parrot (zie vorig blogbericht) behoort deze soort tot de weinige Australische vogels die jaarlijks tussen Australië en Tasmanië migreren.
Bij hoogtij blijken de rotsen van een aangrenzende zoetwaterlagune een toevluchtsoord voor talrijke steltlopers die in Siberië broeden. Groepjes Siberische strandlopers en roodkeelstrandlopers verdringen zich op de toppen van rotspunten die nog resten als drooggevallen plekken. Voor Europese vogelaars zijn dit absolute topsoorten. Ook witwangsterns in zomerkleed zijn opvallend talrijk aanwezig, net als de ontelbare zwarte zwanen die elegant over het water dobberen.
Andere fraaie steltlopers die zich eveneens laten bewonderen zijn krombekstrandloper, grutto, kanoet en zelfs een Pacific golden plover. Daarnaast genieten we van mooie waarnemingen van red-capped plover en een groepje sierlijke red-necked avocets.
Ook voor liefhebbers van eenden is deze dag een waar feest. De indrukwekkende soortenlijst omvat onder meer blue-billed duck, musk duck, hardhead, Australian shoveler, Australian shelduck, grey teal, chestnut teal en pink-eared duck.
Tussen het riet en de oevers laten ook verschillende ralachtigen zich bewonderen: spotless crake, Australian spotted crake, purple swamphen en black-tailed native hen zorgen voor extra variatie. Een vluchtige Lewin’s rail blijft helaas net te kort in beeld om officieel mee te tellen.

Door het uitgesproken aquatische karakter van het gebied ontbreekt het uiteraard ook niet aan reigers, ibissen, lepelaars en pelikanen. Naarmate de dag vordert groeit de lijst gestaag verder aan met soorten als Australian pelican, white-necked heron, white-faced heron, cattle egret, little egret, great egret, straw-necked ibis, Australian white ibis, glossy ibis, royal spoonbill en yellow-billed spoonbill.
Ook roofvogels tekenen present: black-shouldered kite, whistling kite, white-bellied sea eagle en swamp harrier zorgen regelmatig voor opwinding. En alsof de dag nog niet compleet genoeg was, krijgen we opnieuw uitgebreid de kans om een prachtig paartje brolga’s te observeren én te fotograferen.
Pas rond zes uur ’s avonds verlaten we dit indrukwekkende natuurgebied richting Anglesea. Daar wacht ons een bijzonder stijlvol verblijf. Met zijn verfijnde service, elegant gedekte tafels en luxueuze kamers voelt het haast alsof we op een exclusief trouwfeest zijn beland — een perfecte afsluiter van een onvergetelijke dag!
19 november: Blauw lokmiddel en de magie van de Great Ocean Road
De exploratie van de omgeving start vandaag vlakbij het hotel. Al snel blijkt dat de dag niet alleen rijk zal zijn aan vogels, maar ook aan muggen. Véél muggen. De combinatie van de recente nattigheid en het zanderige bos waarin we rondstruinen, heeft duidelijk gezorgd voor een ideale broedkamer voor de nachtelijke zoemers. Gelukkig maakt de natuur veel goed, want al vroeg laten enkele prachtige soorten zich bewonderen: de gang-gang cockatoo, southern emu-wren, sacred kingfisher, western gerygone en olive-backed oriole zorgen meteen voor een kleurrijke start van de dag.
Onderweg naar de beroemde Great Ocean Road stoppen we aan een parking bovenop de kustkliffen, op zoek naar de moeilijk waarneembare rufous bristlebird. De vogel houdt zich schuil in de dichte vegetatie langs het smalle pad dat kronkelend over de kliffen loopt. Af en toe schiet hij bliksemsnel het pad over, waardoor we hem enkele keren kort maar goed kunnen zien.
Daarna gaat het verder richting de Great Ocean Road, zonder twijfel een van de meest iconische kustwegen van Australië. De rit wordt nog even onderbroken voor een lunch, maar eenmaal we de route bereiken, wordt het landschap ronduit indrukwekkend. De ongeveer 240 kilometer lange weg langs de zuidkust van Victoria slingert langs spectaculaire kliffen, surfstranden, regenwoud en beroemde rotsformaties zoals de Twelve Apostles.

Zo ver rijden wij vandaag echter niet. We stranden op een parking bij een café vanwaar een wandeling bergop vertrekt. Doel van de tocht: speuren naar koala’s hoog in de eucalyptusbomen. De eerste koala die we ontdekken, ligt er exact zo bij als je verwacht: diep slapend, opgerold in een voorovergebogen bolletje, met het gezicht volledig verscholen.
Wat verderop duiken de eerste satin bowerbirds op. Eerst zien we enkele vrouwtjes verscholen tussen het groen van de boomtoppen, maar daarna toont ook een prachtig blauwzwart mannetje zich open en bloot. Wetende hoe geobsedeerd deze vogels zijn door de kleur blauw, besluiten we een experimentje te wagen. Een blauw dopje van een plastic waterflesje blijkt onweerstaanbaar. Nauwelijks ligt het op het asfalt of het mannetje vliegt nieuwsgierig naar beneden. Even later grijpt hij het dopje vast en verdwijnt ermee richting een dichtbegroeid valleitje. Helaas kunnen we door de ondoordringbare vegetatie niet controleren of daar effectief een prieel verborgen zit: het beroemde “bower”-bouwwerk waarmee mannetjes vrouwtjes proberen te imponeren tijdens het broedseizoen, versierd met blauwe objecten zoals bloemen, rietjes en flessendopjes.
Ook de koala’s blijken perfect gecamoufleerd in hun omgeving. Ze ontdekken hoog in de boomtoppen is absoluut geen eenvoudige opdracht. Gelukkig beschikt onze gids Guille over een geoefend oog en weet hij nog een tweede exemplaar te spotten. Deze koala is wakker en laat zich veel beter bewonderen, wat meteen prachtige foto’s oplevert. Even verderop poseren ook enkele eastern grey kangaroo langs het pad. Van dichtbij blijken het indrukwekkend grote dieren te zijn.
Op de terugweg krijgen we plots een extra portie geluk cadeau. Dezelfde koala die Guille eerder ontdekte, hangt nu veel lager in de boom. En vervolgens gebeurt iets wat niemand had verwacht. Het dier daalt behendig af, steekt vlak voor ons de weg over en klimt daarna in de lagere bomen aan de overkant, waar het op ooghoogte begint te foerageren.

Hoewel de koala vooral bekendstaat om zijn dieet van eucalyptusbladeren, eet hij ook jonge scheuten, schors en andere bladeren, zeker wanneer zijn favoriete eucalyptussoorten schaars zijn — iets wat wij hier duidelijk kunnen vaststellen. Zo smult deze koala van de lancetvormige, bijna naaldachtige bladeren van een Melaleuca of tea tree, vermoedelijk een giant honey myrtle.
Ook kunnen we werkelijk elk detail bewonderen. Vooral de krachtige voorpoten vallen op: twee “duimen” en drie vingers met scherpe, gebogen klauwen geven het dier een indrukwekkende grip. Even later klimt de koala met verrassende souplesse opnieuw omhoog richting de top van een hoge eucalyptus. Wat een waarneming!
Supertevreden keren we terug naar de parking, waar enkele nieuwsgierige Australian king parrots nog voor extra entertainment zorgen. Bij aankomst aan het logement worden we bovendien verwelkomd door foeragerende galahs in de grasveldjes rondom. Wat een dag alweer!
20 november: Verborgen eenden, papegaaien en liervogels
We starten de dag met een korte wandeling nabij het logement, op zoek naar de black-fronted dotterel. Dat blijkt meteen een goede zet, want later tijdens de reis zouden we deze soort nergens meer terugzien. Wat ook geldt voor reuzestern.
Daarna is het opnieuw de lokale kennis van Guille die het verschil maakt. Dankzij een combinatie van ervaring, google maps en eBird slagen we erin een eend te vinden die zich eerder in de Western Treatment Plants niet liet zien: de freckled duck.

De locatie blijkt behoorlijk atypisch: een vijver midden in een welgestelde woonwijk. Toch loont het de moeite om er een rondje te wandelen. Verscholen tussen de oevervegetatie dobbert een mooie groep freckled ducks, terwijl in de kruinen van de bomen enkele Nankeen night herons zitten te rusten. In de beboste, drassige omgeving rond het water zien we verder ook pacific black duck, dusky moorhen, black-tailed native hen en buff-banded rail. Andere leuke waarnemingen zijn die van crested pigeon en – naast de luidruchtige sulphur-crested cockatoos – de minstens even lawaaierige little corella’s.
Zoals wel vaker tijdens deze reis krijgt een tussenstop aan een tankstation een dubbele functie: brandstof voor de wagen én proviand voor onderweg. Door onderweg snel inkopen te doen, kunnen we immers maximaal van onze tijd in het veld genieten.
Enkele zoutpannen waar volgens eBird normaal banded stilts te vinden zouden zijn, leveren deze keer weinig op. Buiten enkele Siberische strandlopers en wat Australian pelicans oogt het gebied opvallend leeg. Daarom besluiten we meteen door te rijden naar Healesville. Nadat we onze kamers hebben betrokken, krijgt iedereen via WhatsApp de menukaart van een lokaal pizzarestaurant doorgestuurd.
Op weg naar Sherbrooke Forest – de hoofdlocatie van de avond – pikken we snel de bestelde pizza’s op. Even verderop, aan enkele picknicktafels, werken we die met veel smaak naar binnen. En blijkbaar niet alleen wij hebben honger. De lokale papegaaien hebben ons namelijk snel in het vizier. Met gestrekte armen fungeren sommigen van ons plots als levende voedertafels, terwijl king parrots, crimson rosella’s en sulphur-crested cockatoos af en aan vliegen om pizzakorsten mee te pikken. Een behoorlijk hilarisch tafereel.

Toch zijn het niet de papegaaien waarom we in Sherbrooke Forest zijn beland. De echte reden is de aanwezigheid van de indrukwekkende superb lyrebird. Voor we die te zien krijgen, moeten we eerst een flinke wandeling maken, maar vervelen doet dat allerminst. De omgeving is ronduit spectaculair. We wandelen tussen imposante mountain ash-bomen (Eucalyptus regnans), de hoogste bloeiende planten ter wereld en, na de Californische kustmammoetboom (Sequoia sempervirens), zelfs de op één na hoogste plantensoort op aarde. Onder hun majestueuze bladerdak strekt zich een weelderige ondergroei uit, rijk aan varens en boomvarens. En precies daar, tussen bladeren en mos, treffen we uiteindelijk de superb lyrebirds aan. Foeragerend schrapen ze met krachtige poten bladeren, takjes en aarde opzij op zoek naar voedsel. Ook de vele treecreepers vallen op in dit prachtige bos.
Op het vlak van zoogdieren zijn het vooral swamp wallabies die zich laten zien. Later op de avond trekken we, na een korte stop aan het logement, nog naar een gebied waar nachtzoogdieren te observeren zijn. Dat levert uiteindelijk een ring-tailed possum én greater glider op – een mooie afsluiter van opnieuw een bijzonder gevarieerde dag.
21 november: Healesville, emoes en een vergeefse zoektocht naar de Plains-wanderer
Nauwelijks zijn we gezeten in onze huurbusjes of iedereen staat alweer buiten. In het centrum van Healesville foerageert namelijk een groepje long-billed corella’s rustig in het groene gras van de wegberm — een eerste stop die meteen de toon zet voor de dag. Daarna gaat het noordwaarts, richting het Australische binnenland. Onderweg beperken de haltes zich tot een tankbeurt en wat roadside birding om de lange rit te breken.

Voor het eerst kruisen we daarbij andere vogelaars: twee jonge gasten, gewapend met verrekijkers en fototoestellen, die net op de terugweg zijn. Veel spectaculairs hebben ze niet te melden. Een mooie waarneming van onszelf is een groepje sittella’s, ook wel barkpeckers genoemd. Helaas zijn de vogels veel te beweeglijk om degelijk te fotograferen. Op zulke momenten zit er niets anders op dan de focus strak op de verrekijker te houden. Ook een western gerygone en enkele white-winged choughs laten zich mooi bekijken.
Tijdens de lunch in het restaurant van een gerestaureerde brouwerij genieten we niet alleen van een uitstekende maaltijd, maar ook van de aangename temperaturen. Net voor Deniliquin duikt bovendien de eerste emu van de reis op — altijd een bijzonder moment.
Eenmaal ingecheckt in het logement nemen beide gidsen nog snel een korte powernap voor het avondeten. Daarna trekken we in het donker naar Terrick Terrick National Park. Dit natuurgebied van zo’n 3.880 hectare in het noorden van Victoria staat bekend om zijn laatste overgebleven oorspronkelijke graslanden van de Victorian Riverina-regio. Bij aankomst blijken de omstandigheden echter verre van ideaal: koud, stevig winderig en bovendien zijn er al andere mensen aanwezig op de locatie. Vermoedelijk speuren ook zij er naar de plains-wanderer, een van de meest iconische vogels van Australië.
Ondanks intens speurwerk met de thermals van beide gidsen levert de eerste zoektocht helaas niet de verhoopte plains-wanderer op. Wel kruisen twee andere bijzondere dieren ons pad: de fat-tailed dunnart en de hooded scaly-foot.
De dunnart is een klein, muisachtig buideldiertje uit dezelfde familie als de quolls (buidelmarters) en de Tasmaanse duivel — drie dieren die er nochtans totaal verschillend uitzien. De fat-tailed dunnart dankt zijn naam aan de opvallend dikke staart, waarin hij vetreserves opslaat voor schralere tijden.
De hooded scaly-foot is dan weer een endemische Australische pootloze hagedis. Op het eerste gezicht lijkt hij sterk op een slang, maar wie goed kijkt, merkt subtiele verschillen: kleine ooropeningen, beweeglijke oogleden en rudimentaire achterpoten verraden dat het hier toch echt om een hagedis gaat.

22 november: Kleurenpracht in de Mallee
De dag start in een park nabij Deniliquin, en meteen worden we getrakteerd op een waar spektakel. Groepjes superb parrots scheren heen en weer tussen de bomen en laten zich prachtig bewonderen. Hun kleurrijke verenkleed en levendige gedrag maken indruk. Het zijn van die vogels waar je simpelweg niet op uitgekeken raakt.

Alsof dat nog niet genoeg is, laat ook de gele vorm van de crimson rosella zich zien. Deze ondersoort, beter bekend als de yellow rosella, wijkt sterk af van de klassieke karmozijnrode nominaatvorm. Met hun felgele verenkleed, opvallende blauwe wangvlekken en zwart geschulpte vleugels lijken het haast compleet andere vogels. Werkelijk schitterend om van dichtbij te observeren.
Daarna trekken we verder richting de Mallee, een compleet nieuw biotoop tijdens deze reis. Het landschap verandert zichtbaar en daarmee ook de vogelsoorten. Tijdens een eerste korte stop aan een verlaten schoolterrein midden in de malleevegetatie krijgen we meteen een nieuwe topper voorgeschoteld: een koppeltje budgerigars, beter bekend als grasparkietjes. Het blijken meteen de enige exemplaren die we tijdens de hele reis zullen zien.
Ook de gemengde groep white-browed woodswallows en masked woodswallows zorgt voor bewondering. Hun elegante vlucht en zachte kleuren maken het een bijzonder mooi schouwspel.
Ondertussen rijden we steeds verder noordwaarts. Onderweg genieten we van een rijkelijk gevulde picknick, zorgvuldig samengesteld door de uitbaters van het motel in Deniliquin.
Later slaan we een lange zandweg in die diep door de malleevegetatie loopt, op zoek naar nog meer parkieten en papegaaien. Wat volgt, is moeilijk in woorden te vatten. Overal rondom ons flitsen kleuren door het landschap terwijl het typische gekrijs van papegaaien voortdurend weerklinkt. De variatie aan soorten en verenkleden is ronduit verbluffend. Het wordt haast onmogelijk om een favoriet te kiezen. Zijn het de elegante regent parrots? De opvallende mallee ringnecks? Of toch de prachtige mulga parrots?
Alsof de dag nog niet kleurrijk genoeg is, zien we onderweg naar Mildura ook nog verschillende red-rumped parrots langs de verharde weg.

Voor we het hotel opzoeken, controleren we nog een zogenaamde “mount” op recente activiteit van malleefowls. Op basis van sporen en uitwerpselen lijkt er echter weinig recente activiteit te zijn. Gelukkig krijgt Guille later informatie over een andere mount waar wél actieve malleefowls aanwezig zouden zijn. Dat belooft alvast veel goeds voor de volgende ochtend.
23 november: Tussen stof, sterren en thermometervogels
Om 5u35 draaien we de oprit van het hotel af. Terwijl de wereld nog half slaapt, banen wij ons gedurende veertig minuten een weg, eens de rit vordert, over mulle, zanderige wegen. Het landschap verandert langzaam maar zeker in een ongerept, bijna sprookjesachtig Mallee-habitat dat ons volledig omsluit. Alleen al de gedachte dat, met het bestaan van de thermomtervogel, Darwinisme in zo’n ruwe, droge omgeving een zó waanzinnig coole vogelsoort heeft voortgebracht, doet je haast twijfelen aan de evolutietheorie. Misschien zit God er toch voor iets tussen… LOL!
Maar we zijn geen creationisten en hebben gelukkig Guille bij ons. Met zijn indrukwekkend brede ecologische kennis weet hij niet alleen enthousiast te vertellen, maar ook écht boeiend uit te leggen hoe dit unieke ecosysteem in elkaar zit. Zijn uitleg is er eentje om te onthouden:
Mallee is een type habitat dat wordt gekenmerkt door eucalyptus-bomen en -struiken die met meerdere stammen uit een grote, houtachtige, ondergrondse wortelstok groeien. Deze planten bereiken doorgaans een hoogte van 0,5 tot 10 meter. Dankzij deze groeiwijze zijn mallees uitzonderlijk droogtetolerant en kunnen ze barre omstandigheden, zoals brand en vorst, overleven door opnieuw uit de beschermde wortelstok uit te lopen. Ze vormen een opvallend onderdeel van de vegetatie in de droge en semi-aride gebieden van Zuid-Australië.
Maar naast een prachtig landschap is het Mallee biotoop ook de leefomgeving van de thermometervogel, beter bekend als het malleehoen, dat beroemd is om zijn heuvelnest dat als een natuurlijke broedstoof functioneert. Het mannetje verzamelt nestmateriaal en reguleert voortdurend de temperatuur van de broedhoop; het vrouwtje komt voornamelijk om haar eieren te leggen. Als de hoop te warm wordt, graaft het mannetje delen open om te laten afkoelen. Wordt het te koud, dan voegt hij extra plantaardig materiaal toe—bladeren, takjes en gras—dat door te rotten warmte produceert. Zo blijft de temperatuur in het nest optimaal voor de ontwikkeling van de eieren.

Vroeg in de ochtend staan we paraat bij zo een actieve broedheuvel van de thermometervogel. Het is een kwestie van geduld en vooral: niet bewegen. De mannelijke vogel verschijnt, tot drie maal toe, namelijk even snel als hij weer verdwijnt. Zodra hij aankomt, moet iedereen volledig verstijven om hem ongestoord zijn inspectie van de zandheuvel te laten uitvoeren. Pas bij zijn vierde bezoek lukt ons dat en kunnen we het volledige gedrag schitterend observeren. Opnieuw zo’n moment dat je nog lang bijblijft. Hetzelfde gevoel overvalt ons even later wanneer, terwijl we het gebied rond de mount verlaten, een zingende striated grasswren zich nog laat horen en zien. Menig wereldvogelkijker die je met deze waarneming jaloers maakt! Check!
Daarna dragen onze beide gidsen zichzelf even over aan een lokaal duo dat in de streek safari’s organiseert, een excursie geregeld via het STARLING-bureau. Vooral voor Jan en Guille — die tijdens de hele reis (on)vermoeibaar de beide huurwagens besturen — is het een welgekomen moment van ontspanning. Op een afgesproken locatie stappen we over in twee stevige high-clearance 4WD busjes die ons verder het gebied in brengen.
De eerste stop levert meteen een nieuwe soort op uit de Australische indrukwekkende familie van papegaaien, kaketoes en parkieten: de Bluebonnet. Helaas blijven de vogels op afstand en maakt de zinderende hitte het haast onmogelijk om ze scherp door de telescoop te bekijken. Toch blijft het een mooie kennismaking met de soort.
Niet veel later bereiken we een idyllische zoutpan. Onderweg springen eastern grey kangaroos en red kangaroos in alle richtingen voor en langs de voertuigen weg — pure Australische wildernis. Vlak voor de zoutpan stappen we uit om het gebied te voet te verkennen. Wanneer we even later opnieuw aansluiten bij onze begeleiders, blijken die intussen een uitgebreid ontbijt voor ons te hebben klaargezet, compleet met thee en koffie. Pure luxe midden in de outback.

Nadien verschuift de nadruk meer naar sightseeing. Het landschap lijkt hier eindeloos. Zodra de klok tien uur passeert en de temperatuur richting dertig graden klimt, valt de vogelactiviteit volledig stil. Ook de kangoeroes trekken zich terug in de schaduw van struiken en bomen. Toch levert een stop bij een meer nog mooie waarnemingen op van grote groepen Australische pelikanen en foeragerende emus op de omliggende grasvlaktes.
Voor we afronden, lunchen we aan de Murray river. Het rijkelijke beleg en de vers gemaakte sandwiches smaken heerlijk. Daarna controleren we nog enkele andere mounts van de thermometervogel, maar geen daarvan blijkt actief. Daarom besluiten we, eenmaal terug bij onze eigen voertuigen, nog even terug te keren naar de actieve mount van de ochtend. Misschien laten daar nog enkele andere typische Mallee-soorten zich zien of duikt de thermometervogel opnieuw op. Maar de hitte blijft genadeloos en houdt alles verborgen.
Dus zetten we koers naar Patchewollock; de meest noordelijke locatie van de reis. De eindeloze vergezichten en desolate landschappen maken diepe indruk. Alsof de wereld hier alleen uit stof, licht en horizon bestaat.

En dan volgt, met de eerste pink cockatoos van de reis, nog een absoluut hoogtepunt. Zowel Guille als Jan zagen de vogels in de verte landen, maar ver en buiten ons zicht. Maar, eens geparkeerd en iedereen uit de wagen, haalt Guille zijn speaker boven waarmee hij de roep van de soort afspeelt via zijn gsm. Met succes! Even later vliegen de vogels recht over onze wagens. Hun opgerichte kuif oogt als een visuele storm. Een ronduit vurige explosie van kleur. Diepe scharlakenrode banen, stralend geel en helder wit vloeien samen en waaieren open als levende vlammen boven het zachtroze verenkleed van de vogels. Alsof de woestijn zelf heel even vuur vat in haar veren! Graaf! Echt graaf!
Onderweg naar ons logement, Pine Plains Lodge in het Wyperfeld National Park, baadt het landschap in een gouden avondgloed. Het warme licht geeft het uitgestrekte binnenland dat typische, bijna filmische Australische karakter. Hoe verder we de outback in rijden, hoe meer het voelt alsof de tijd vertraagt.
Voor een natuurreis zoals de onze blijkt Pine Plains Lodge een schot in de roos. Grote delen van het voormalige veepachtgebied werden in 1996 toegevoegd aan het nationale park, waardoor de lodge vandaag letterlijk midden in de ongerepte natuur van Wyperfeld ligt. Een betere uitvalsbasis om dit stukje Australië te beleven is nauwelijks denkbaar.
Hoewel we er slechts één nacht verblijven, voelt het alsof we veel langer deel uitmaken van deze bijzondere plek. Op het ruime terras genieten we van een diner dat speciaal voor ons wordt bereid, terwijl de zon langzaam wegzakt achter de horizon. De lange schemering maakt plaats voor een kraakheldere sterrenhemel waarin de sterren zo fel schitteren dat ze bijna tastbaar lijken.
Pine Plains Lodge is zo’n plek die je niet alleen bezoekt, maar vooral ervaart — een haast mystieke plek waar erfgoed, cultuur en pure natuur samensmelten in het hart van de Australische outback. Hier niet van kunnen genieten zou bijna strafbaar moeten zijn. LOL!

24 november: Geen Indiër, wel een plains-wanderer
We zijn vroeg uit de veren en beginnen — alweer — aan een lange dag. Tijdens de rit naar een nieuwe vogelspotlocatie, uitgekozen door Guille, krijgen we meteen enkele mooie zoogdieren voorgeschoteld: zowel red kangaroos als western grey kangaroos kruisen ons pad. Die laatste onderscheiden van de eastern grey kangaroo blijkt echter minder eenvoudig dan gedacht. Eén van de typische determinatiekenmerken is blijkbaar het geurverschil tussen beide soorten, maar zonder enige ervaring daarmee staan we uiteraard nergens. De western greys ogen wel bruiner en compacter gebouwd — alsof ze dagelijks in de fitness staan — terwijl de eastern greys die we eerder zagen nabij de Great Ocean Road groter en grijzer waren. Maar die typische currygeur van de westerns? Die ontgaat ons volledig. Een Indiër in het reisgezelschap had hier misschien het verschil kunnen maken — lol.
De zandtrack richting de vogellocatie blijkt ondertussen verraderlijk mul. Jan blijft uiterst geconcentreerd achter het stuur, want hier vast komen te zitten is absoluut geen optie. De enige remedie in dit soort terrein: gas blijven geven tot je opnieuw vaste grond onder de wielen voelt. Boven op een heuvel stappen beide gidsen uit om het verdere traject te inspecteren. Het verdict is snel duidelijk: de weg wordt alleen maar slechter. We keren dus noodgedwongen om. Zonder degelijk materiaal, zonder gsm-bereik én met een overvol dagschema is risico nemen hier simpelweg geen goed idee.

Gelukkig wacht een alternatief. We belanden bij een indrukwekkend duinengebied waar Greet, de geologe van het gezelschap, meteen de zandheuvels induikt. Wij houden het bij vogels kijken langs de rand van de duinen. Tussen de vele spiny-cheeked honeyeaters ontdekken we onverwacht ook een pied honeyeater, een soort die normaal niet zo ver zuidelijk voorkomt. Daarnaast verschijnen ook bluebonnets en kleurrijke major mitchell’s cockatoos in beeld. Een luid alarm slaande variegated fairy-wren verraadt ondertussen dat er ergens een slang in de buurt moet zitten.
Na een vroege ochtendtocht smaakt het ontbijt des te beter: verse toast, vers geperst fruitsap, bacon met eieren, koffie en thee. Pure luxe in het midden van nergens. Toch verlaten we deze plek met enige tegenzin. Het voelt alsof we een klein aards paradijs achterlaten.
Daarna volgt opnieuw een lange rit ; nu zuidwaarts. Rond de middag stoppen we in een bar om te lunchen daar waar een bont gezelschap oudere dames — allemaal uitgedost in rode jurken — de sfeer bepaalt. Het contrast met de verlaten outback van de voorbije 24 uur kan nauwelijks groter zijn!
Eenmaal aangekomen in Bendigo krijgen we even tijd om te rusten. Daarna halen we snel iets te eten in een supermarkt met aanpalende bakkerij, vooraleer we opnieuw het veld intrekken. Dit keer gaan we op zoek naar de painted buttonquail, een mysterieuze soort die in de bossen rond Bendigo leeft. De kleine ronde kuiltjes die de vogels in het bladerdek maken om voedsel te zoeken, vinden we geregeld terug, maar de vogels zelf laten zich jammer genoeg niet zien.

Toch levert de excursie nog een mooie bonus op met een blue-faced honeyeater voor de soortenlijst. Minder aangenaam is het tafereel waarbij een groep noisy miners een jonge wattlebird meedogenloos aanvalt. Om het dier een zekere dood te besparen, halen we het voorzichtig uit de boom en laten het verderop opnieuw vrij, buiten het zicht van de agressieve miners.
’s Avonds wagen we een tweede poging voor een van de doelsoorten van de reis: de plains-wanderer. Niet iedereen gaat mee, waardoor we met één voertuig vertrekken. Guille loodst de huurwagen als een rallypiloot over een almaar smaller netwerk van grindwegen richting het Terrick Terrick National Park. Door de overvloedige regen van het recente onweer zijn sommige stukken glad en modderig, maar eens ter plaatse blijken de omstandigheden perfect: windstil, zacht weer en een landschap dat dankzij de regen opvallend fris oogt.
Gewapend met zaklampen, nachtkijkers en camera’s trekken we vol spanning het donkere terrein in. Wanneer we een kerngebied bereiken waar eerder al plains-wanderers werden gezien, fluistert Guille plots: “Guys, there is something alive here…”
De spanning stijgt meteen voelbaar.
Guille stapt, doelgericht en in rechte lijn, richting een plek in het grasland. Ook Jan heeft via zijn nachtkijker een silhouet opgepikt: duidelijk een kwartelachtige vogel. Zou dit écht de soort zijn waar we naar zoeken? Wanneer de zaklampen uiteindelijk op de warmtebron gericht worden, ontploft de stilte in pure euforie. “It’s a wanderer! It’s a wanderer!” roept Jan uit. Voor hem is dit een bijzonder moment.

Toen Billy, de eigenaar van STARLING, hem op het allerlaatste moment vroeg om als reservegids in te springen op deze reis, was er meteen één vogel die door zijn hoofd spookte: de legendarische plains-wanderer. En nu staan wij hier dan echt — oog in oog met een volwassen vrouwtje van deze mythische soort. Zo’n moment waarop een langgekoesterde vogelaarsdroom plots werkelijkheid wordt.
“Er zijn vogels… en er zijn vogels. En dít is een vogel.” Zelden voelt die uitspraak zo treffend aan als bij de plains-wanderer. Voor wereldvogelaars behoort deze soort zonder twijfel tot het rijtje van de meest iconische en begeerde waarnemingen ter wereld. Een vogel waarvan je hoopt dat je hem ooit, ergens diep in de Australische graslanden, in levenden lijve mag ontmoeten.
En nee, niet in Deniliquin met de beroemde Phil & Patricia Maher ; het legendarische duo dat al meer dan dertig jaar deze soort aldaar weet te vinden in de uitgestrekte graslanden van de Australische outback. Nee, wij doen het dus gewoon zelf. De sleutel tot dit alternatieve succes? Een andere, publieke locatie, veldkennis en connecties van onze lokale gids Guille en: thermische verrekijkers. Meer hebben we uiteindelijk niet nodig!

Wat volgt, voelt bijna onwerkelijk aan. Van het vrouwtje, dat we observeren, duidelijk groter en opvallender gekleurd dan het mannetje, springen meteen de zwart-wit gespikkelde halsband en de warm roodbruine borst in het oog. Bovendien, kort nadat we haar ontdekken, toont ze ook het gedrag waar de soort zo bekend om staat. Vanuit het donkere grasland klinken diepe, dreunende “boem”-roepjes terwijl ze haar territorium verdedigt en potentiële partners lokt. Bij de plains-wanderer draait de rolverdeling immers volledig anders dan bij de meeste vogels. Nadat het vrouwtje haar eieren heeft gelegd, laat ze het broeden én het grootbrengen van de jongen volledig over aan het mannetje. De nesten liggen verscholen tussen kleine graspollen in extensief begraasde graslanden — precies het type habitat dat je hier in Terrick Terrick NP nog terugvindt dankzij de extensieve begrazing door schapen. En net daarin schuilt ook de kwetsbaarheid van deze ernstig bedreigde soort. De plains-wanderer is immers extreem kieskeurig: wordt het gras te kort of net te hoog, dan verdwijnen de vogels simpelweg spoorloos naar andere gebieden.
Bij ons is het woord spoorloos niet van toepassing. Het beeld van een roepend, opgeblazen miniatuurkipje tussen het bloeiende gras, met dreigende onweerswolken en rollend gedonder op de achtergrond, is simpelweg goud waard. Een moment om voor altijd te koesteren!
Eens we terug bij de wagen zijn en ons optisch materiaal opbergen, blijkt het autolicht hetzelfde effect te hebben als een gigantische mottenval. Binnen de kortste keren krioelt het er van de insecten. Eigenlijk hadden we die al aangetrokken toen we even schenen naar een roepende southern boobook in de boom naast onze parkeerplek. Maar eerlijk: na de waarneming van de plains-wanderer zijn dat allemaal details die nauwelijks nog tellen.

25 – 26 november: Powerful owl, kangoeroes en een stijlvol afscheid in Melbourne
Na een heerlijk ontbijt op bed — volledig naar ieders smaak en wensen samen te stellen — trekken we richting een park nabij Melbourne. Daar gaan we op zoek naar een plek waarvan Guille weet dat er regelmatig een powerful owl te bewonderen valt. En jawel: de imposante uil, die trouw op zijn vaste stek zit, laat zich, met een ring-tailed possum stevig in de klauwen, indrukwekkend aanschouwen.
Ook het vervolg van de dag verloopt bijzonder vlot. In een ander park richten we onze lenzen op Eastern grey kangaroos, die hier opvallend gewend zijn aan menselijke aanwezigheid. Daardoor krijgen we alle tijd en ruimte om deze iconische dieren uitgebreid te observeren en te fotograferen.
Van 15u tot 19u is iedereen vrij om Melbourne nog op eigen tempo te ontdekken, te genieten van de sfeer in de stad of nog even na te praten over alle hoogtepunten van de reis.
’s Avonds volgt het laatste gezamenlijke diner, en dat gebeurt volledig in stijl. In het restaurant Taxi Kitchen genieten we niet alleen van een heerlijk diner, maar ook van een prachtig uitzicht op de indrukwekkende skyline van hartje Melbourne. Een sfeervolle afsluiter van een onvergetelijke reis.
De volgende dag brengen we nog een halve dag door in de Western Treatment Plants, aangezien de terugvluchten pas ’s avonds vertrekken. Ook daar levert de excursie nog mooie waarnemingen op, waaronder red-kneed dotterels.

Uiteindelijk nemen we afscheid bij het bedrijf waar de huurwagens worden ingeleverd. Sommigen keren per taxi terug naar het hotel, anderen nemen meteen de shuttle richting luchthaven, terwijl Guille terugkeert naar zijn woning en partner in Melbourne.
Eind goed, al goed — een uitdrukking die perfect van toepassing is op het slot van deze prachtige reis.