05 juni 2026

Reisverslag natuurreis naar Bieszczady in Polen 2026: wanneer de natuur alle verwachtingen overtreft

Wanneer de natuur alle verwachtingen overtreft

Bieszczady op zijn best

Van spectaculaire ontmoetingen met lynxen, wolven en bruine beren tot indrukwekkende kuddes wisenten en zeldzame vogelsoorten: Bieszczady, een van Europa’s laatste echte wildernissen, overtreft alle verwachtingen.

In dit blogbericht delen onze gidsen Jan Kelchtermans en Mark Kaptein enkele van hun vele onvergetelijke waarnemingen, zowel overdag als diep in de nacht. Aan de hand van hun verhalen ontdek je hoe een ogenschijnlijk stil landschap kan uitgroeien tot een aaneenschakeling van natuurmomenten vol avontuur, zeldzame ontmoetingen, onverwachte wendingen en natuurbeleving van het allerhoogste niveau.

Wat doe je wanneer een lynx midden op de weg verschijnt, een bruine beer op slechts enkele meters afstand staat te grazen en wolven in de duisternis beginnen te huilen? In Bieszczady is dit geen uitzondering, maar werkelijkheid.

 

Territoriaal conflict tussen spechten aan de Sanrivier

Na het ontbijt trekken we er in de ochtend opnieuw op uit richting de bekende rivertrail bij de Sanrivier. De rit zelf levert al meteen een eerste mooi moment op: een overstekende rode eekhoorn en, eens we bijna bij de parkeerplaats aan de brug over de rivier aankomen, ook een grijskopspecht.

Witrugspecht © Jan Kelchtermans

Waar we eergisteren nog moeite hadden om spechten te lokaliseren, laten leden van deze vogelfamilie zich vandaag opvallend beter zien. We observeren een koppel witrugspechten dat verwikkeld is in een territoriaal conflict met een koppel grote bonte spechten. Uiteindelijk lijkt het er sterk op dat de witruggen aan het langste eind trekken in het geschil rond een recent uitgeholde nestholte in een vermolmde boomstam. Zowel het mannetje als het vrouwtje zijn daarna opvallend vaak bij de vermoedelijke nestholte aanwezig.

Een dag in de bevervallei: kikkers, salamanders en otters

Na de lange nacht van gisteren starten we de dag rustig. Pas om 9u30 schuiven we aan het ontbijt aan, waarna we rond 10u45 koers zetten richting de verscholen en uitgestrekte bevervallei in de grensstreek met Slovakije. Het blijft een magische plek: ongerept, stil en doordrenkt van water en leven.

De beverpoelen blijken opnieuw een waar paradijs voor bruine kikkers. Overal waar we kijken, zien we paartjes in amplex en massa’s kikkerdril. Net zoals de voorbije jaren bevestigt ook deze laatste week van maart zich als hét piekmoment om deze amfibieën actief bezig te zien én te fotograferen. Tussen al dat kikkergeweld laten ook enkele typische boreale vogelsoorten zich bewonderen. Notenkraker, Goudvink en Kuifmees tonen zich van hun mooiste kant en zorgen voor extra kleur in het nog winterse landschap.

Parende bruine kikkers © Jan Kelchtermans

Na een bijzonder late lunch om 15u30 trekken we opnieuw oostwaarts. Langs dezelfde grindweg die parallel loopt met de meanderende San-rivier, stoten we op de eerste vuursalamander van de reis. Een veelbelovend begin van wat nog volgt.

Aan het gekende uitkijkpunt ontwaren we in de verte drie wisenten. Door het natte en zachtere weer lijken de vuursalamanders plots werkelijk overal aanwezig. Na acht exemplaren op korte afstand geven we het tellen maar op.

Vuursalamander © Jan Kelchtermans

Via een bergpas steken we door naar het meer open landschap rond Luh. Daar worden we verrast door twee otters die zich tonen in de rivier. Even later volgen nog eens twee andere exemplaren die foerageren in een beverpoel vol kikkerdril. Niet veel eerder hadden we daar nog een locatie gecontroleerd op mogelijke aanwezigheid van bruine beren.

Otter © Jan Kelchtermans

Wild observaties bij de beverpoel in het boslandschap

Om 16.45 uur trekken we richting een uitgestrekte bergweide midden in een bosrijk gebied. Om deze te bereiken; dalen we af in een vallei en installeren ons op een uitkijkpunt met zicht op een beverpoel. Nog voor alle aandacht naar de bevers gaat, worden we verrast door een steenarend die plaatsneemt in de top van een boom, terwijl een wolf door de weiden struint, duidelijk op zoek naar mollen.

Steenarend houdt de raaf goed in de gaten © Jan Kelchtermans

Door het bewolkte weer zijn de bevers al vroeg actief. We zien ze zwemmen rond de burcht, foerageren langs de oevers en nauwgezet de dammen controleren op eventuele schade. Het waterrijke biotoop dat ze creëren, trekt ook heel wat andere dieren aan. Wintertalingen, wilde eenden en een blauwe reiger zoeken voedsel in en langs het water, terwijl watersnippen hun kenmerkende baltsvlucht laten horen. In het glooiende landschap rondom ons verschijnen bovendien enkele reeën en vossen eens het begint te schemeren.

Wat zich toont wanneer het donker wordt

Een bekende beverlocatie van de gidsen vormt het decor voor de schemering. De avond levert meteen fraaie soorten op: een zwarte ooievaar, baltsende buizerds, houtsnippen in baltsvlucht én een roepende Oeraluil die zich uiteindelijk prachtig laat bekijken. Alsof dat nog niet genoeg is, zien we tijdens de terugrit ook onze eerste wisent.

Onderweg verschijnt een zittende wolf in een weiland naast de kant van Jan. Zo gaat dat in Bieszczady: plots en uit het niets! Via een grindweg waarvoor we een speciale vergunning hebben, rijden we verder richting enkele antennes diep in het gebied. Buiten een wisent die het bos in vlucht, blijft het daar echter stil.

Daarna zetten we koers naar het oosten, richting de grensstreek met Oekraïne. Op een locatie waar beide gidsen territoriale mannetjes van de ruigpootuil kennen, proberen we ons geluk. De vogel roept wel, maar telkens wanneer we de boom naderen vanwaar het geluid komt, verplaatst hij zich opnieuw. Frustrerend dichtbij, maar geen visuele waarneming.

Een afgelegen bosweg brengt evenmin het verhoopte resultaat, dus besluiten we terug te keren. En dan gebeurt het.

Kort na middernacht, bijna exact op de plek waar we eerder het bos waren ingereden voor de ruigpootuil, duikt totaal onverwacht een lynx op. Weer! Het dier zit gewoon op zijn achterwerk midden op het asfalt.

Euraziatische lynx © Jan Kelchtermans

Een half slapende deelnemer schrikt zo hard van het beeld dat hij iets te enthousiast reageert bij het openen van zijn ogen. De lynx kijkt op en verstijft even. Beide gidsen rijden met open ramen om hun night vision-apparatuur optimaal te gebruiken, waardoor we alles haarscherp kunnen volgen.

Gelukkig slaat het dier niet op de vlucht. Rustig draait het zich om en wandelt traag over het asfalt, om enkele meters verder opnieuw neer te zitten. Ineengedoken, met gespitste oren, volledig gefocust op vermoedelijke knaagdieren langs de bosrand.

Daarna sluipt de lynx via de berm en de greppel het donkere bos in. Zelfs dan zijn we nog niet uitgekeken: vrijwel onmiddellijk zien we het dier opnieuw liggen op een boomstam, alvorens het definitief oplost in de nacht.

Euraziatische lynx © Jan Kelchtermans

Thermal, wolvengehuil en een hele grote beer

Rond half negen start de tweede spotlighting-sessie van de reis — en die levert vrijwel meteen een spectaculaire waarneming op. In Jans thermal verschijnt plots het silhouet van een kolossale bruine beer. Het dier slaat niet op de vlucht, maar wandelt rustig verder door het grasland. Zodra we de zaklamp doven, hervat de beer zelfs gewoon het grazen. We staan zo dichtbij dat we het dier letterlijk kunnen horen eten. Jan herkent de beer vrij snel. Hij observeerde dit imposante mannetje eerder al langdurig vanuit een fotografiehut.

Bruine beer © Jan Kelchtermans

Van de lokale bewoners kreeg het dier, dat geregeld in dit kleine gehucht met nauwelijks twee straten opduikt, de bijnaam “Rambo” — een naam die perfect bij zijn indrukwekkende verschijning past.

Wanneer we denken dat de beer verdwenen is in de aangrenzende rivier, pikt Jan hem opnieuw op met de thermal. Ditmaal wandelt hij rustig over de asfaltweg achter ons. We keren de wagen en volgen het dier op veilige afstand. Ook nu blijft de beer onverstoord verder grazen in de berm en tussen de struiken langs de weg.

Wanneer hij uiteindelijk opnieuw uit beeld verdwijnt, positioneren we ons wat verderop bij het klein kerkje van het plaatselijke gehucht. In het donker wachten we stil naast het voertuig, hopend dat de beer opnieuw in open terrein verschijnt.

Maar nog voor dat gebeurt, weerklinkt in de verte het gehuil van een lokale wolvenroedel. Mark probeert het geluid te imiteren — en tot onze verbazing volgt er meteen een reactie uit de duisternis.

Niet alleen de wolven laten van zich horen; ook Rambo doorbreekt de stilte met driemaal luid gegrom. Volgens Mark maakt hij daarmee duidelijk en assertief kenbaar dat ook híj aanwezig is in het gebied. Jan en twee reisdeelnemers, die iets verderop staan dan Mark en de drie anderen, beleven het moment echter heel anders — zowel in gedachten als in gevoel.

“I think it’s time to go back to the minibus.”

Die ene opmerking volstaat om ons in geen tijd weer bij de huurwagen te krijgen. Tegen dan zijn de wolven opnieuw stilgevallen en ook van Rambo is geen spoor meer te bekennen. Marks eerdere waarschuwing — dat je voor een beer nooit op de vlucht mag slaan — zorgt achteraf, en ook de dagen nadien, voor de nodige hilariteit. Maar het belangrijkste: iedereen heeft het avontuur heelhuids overleefd. LOL!

Bijzondere wolvenwaarnemingen bij het ochtendgloren

De ochtend begint meteen spectaculair met twee fantastische wolvenwaarnemingen, waarvan er één niet zou misstaan tijdens een Afrikaanse safari. Een jonge jaarling wandelt namelijk doodgemoedereerd naar een poel vlak bij onze geparkeerde wagen, waar hij voedsel opvist dat hij er eerder verborgen had.

Wolf © Jan Kelchtermans

Gids Jan zag dit gedrag eerder al in Sierra de la Culebra en in No Man’s Land. Wolven keren immers geregeld terug naar plaatsen waar ze voedsel hebben verstopt. Het jonge dier trekt zich weinig aan van onze aanwezigheid en laat zich uitgebreid fotograferen — een onvergetelijk moment voor iedereen.

Wolf © Jan Kelchtermans

Ontmoeting met Europa’s grootste landzoogdier

Om 16 uur schuiven we aan tafel in de eetruimte van het centrale gebouw, tussen de gezellige blokhutten die voor enkele dagen onze thuis vormen. Daarna trekken we opnieuw het bos in, richting een meadow die we van bovenaf benaderen. Onderweg worden we alweer herinnerd aan de aanwezigheid van wisenten en bruine beren: verse sporen langs het pad verraden dat we hier duidelijk niet alleen zijn.

Eenmaal bij het uitkijkpunt aangekomen, zien we beneden in de meadow plots beweging. Aan de overkant van de weg komt een enorme kudde wisenten uit het bos tevoorschijn. Willen we ze van dichtbij observeren, dan rest er maar één optie: onmiddellijk terug naar de auto. Met het laatste beetje daglicht in gedachten twijfelen we geen seconde.

Kudde wisenten © Jan Kelchtermans

Ter plaatse merken de dieren ons meteen op. De kudde gaat haast instinctief in formatie staan en tientallen ogen richten zich strak op ons. Pas wanneer de spanning wat afneemt, durven we de huurbus verlaten om voorzichtig dichterbij te komen voor foto’s. Met succes. Uiteindelijk tellen we maar liefst 38 verschillende dieren: vooral koeien en jonge dieren, met hier en daar een imposante stier.

Kudde wisenten © Jan Kelchtermans

Vijf spechtensoorten en twee kuddes wisenten

Een tweede — of zelfs derde — poging ondernemen om felbegeerde doelsoorten te vinden in een gebied met spechten potentieel blijkt een uitstekende zet. Onderweg naar de river trail, waar we die herhaalstrategie opnieuw willen toepassen, krijgen we meteen loon naar werken: een koppel grijskopspechten laat zich zowel horen als mooi zien.

Nog maar net aan de wandeling begonnen, of daar dient zich al een witrugspecht aan. Even verderop, in de wilgen langs de rivier, volgt ook een kleine bonte specht. Zo’n moment waarop plots alles lijkt mee te zitten: vogels werken mee, waarnemingen volgen elkaar in sneltempo op en de sfeer zit meteen goed.

Ook de zoogdieren spelen hun rol in het dagverloop. Eerst zien we een kudde schuwe wisenten, half verscholen tussen de bomen en daardoor slechts fragmentarisch zichtbaar. Maar wat later krijgen we een veel beter beeld: een andere kudde trekt open en bloot door de rivier, een indrukwekkend schouwspel.

Wisenten © Jan Kelchtermans

Op de terugweg loopt de spechtenteller verder op. Grote bonte spechten laat zich nog mooi bekijken, terwijl een zwarte specht enkel auditief wordt waargenomen. Daarmee staat de teller plots op vijf spechtensoorten. Niet slecht! Alsof dat nog niet genoeg is, toont ook een schreeuwarend zich kort maar fraai.

Rijdend richting het uitzichtpunt pikken we opnieuw de wisenten in de rivier op, en bovendien laat zich daar nog een tweede witrugspecht zien. Meer dan tevreden keren we uiteindelijk terug naar het logement, waar iedereen tot aan het avondeten vrij is om de rest van de namiddag naar eigen wens in te vullen.

“This is a lynx, guys!”

Later op de dag trekken we naar een uitkijkpunt. We wandelen door een zacht glooiend landschap van weiden en bossen en installeren ons vervolgens om de omgeving langdurig af te speuren. Toch voelt de omgeving opvallend leeg aan. Eindeloze hellingen, bossen en bergkammen strekken zich voor ons uit, maar wildlife lijkt haast afwezig. Buiten 2 reeën, graspiepers en overvliegende raven blijft het stil. Het benadrukt opnieuw hoe groot het verschil hier is tussen dag en nacht. Overdag oogt het landschap stil en verlaten, terwijl het ’s nachts bruist van activiteit — zeker bij de grote carnivoren.

De mooiste waarneming van de middag blijkt uiteindelijk van avifaunistische aard: een vrouwelijke witrugspecht vliegt plots op uit een ratelpopulier en scheert over het dal. Een korte maar krachtige waarneming.

En toch toont deze streek telkens opnieuw hoe snel alles kan omslaan. Hoe leeg het ene moment ook lijkt, even later kan de spanning ineens tastbaar worden. Dat beseffen we opnieuw wanneer Mark — onvermoeibaar achter het stuur, ondertussen pratend én voortdurend speurend door zijn thermische kijker — plots zegt: “This looks interesting…” Om zich meteen te corrigeren:

“This is a lynx guys!”

Euraziatische lynx © Jan Kelchtermans

Het dier schrijdt op haast achteloze wijze over een wandelpad dat eerder op de dag nog gebruikt werd door dagjestoeristen en hotelgasten. Toch is dat volgens Mark — waarschijnlijk de gids met de meeste veldkennis van de Euraziatische lynx ter wereld — allesbehalve uitzonderlijk. Lynxen leven namelijk lang niet altijd diep verborgen in verlaten wildernis. Integendeel: op plekken waar overdag mensen wandelen, fietsen of door tuinen struinen, maken lynxen ’s nachts dankbaar gebruik van diezelfde aangelegde biotopen om te jagen. Een open pad loopt nu eenmaal stiller dan een bosbodem vol knisperend bladstrooisel en afgebroken takken. Bovendien bevinden hun prooien zich daar ook: hazen en reeën komen er grazen zodra de rust terugkeert. En we hebben het geluk aan onze zijde. Eerst denken we nog dat de lynx het donkere beukenbos in zal verdwijnen, maar plots steekt hij het pad over, duikt onder een houten slagboom door en wandelt recht onze richting uit. Echt waar! En daar blijft het niet bij. Plots zakt het dier door zijn poten in een lage, gespannen houding.

Euraziatische lynx © Jan Kelchtermans

Zijn blik fixeert zich op iets in het veldje dat we overschouwen. Even later zien we wat zijn aandacht trekt: een vos. De lynx lijkt de vos duidelijk als een potentiële prooi te beschouwen. Geruisloos sluipt hij verder door het gras, volledig gefocust. Maar dan verraadt onze zaklamp zijn aanwezigheid. De vos reageert onmiddellijk en zet het op een lopen. De lynx staakt zijn jachtpoging vrijwel meteen en hervat zijn nachtelijke tocht richting een heuvelrug.

Onderweg gaat hij nog twee keer rustig zitten, likt bedachtzaam zijn voorpoten en verdwijnt vervolgens even geruisloos als hij verschenen was in het eindeloze beukenbos. Tien minuten eerder of tien minuten later, en we hadden niets gezien. Het bevestigt opnieuw wat hier dé sleutel tot succes blijkt: kilometers maken, blijven zoeken en voortdurend alert blijven. Alleen zo maak je kans op zulke ontmoetingen.

Wisenten, wilde kat en vuursalamander op de Golden Loop

In tegenstelling tot de vorige avondsessie, heeft het bosrijke areaal ons hier meer te bieden: in de meadow die we bereiken, zien we, vanop een uitkijkpunt drie soorten hoefachtigen die zich tegoed doen aan het frisse gras: wisenten, edelherten en reeën. Europa’s zwaarste hoefdier, de wisent is daarbij aanwezig in de hoedanigheid van een kudde van twaalf individuen in het open terrein, alsook een viertal andere dieren die hoger op de helling tussen de vegetatie staan aan onze kant van de helling.

Nadien doen we een bij de gidsen bekende route met als bijnaam de “golden loop”. Dat levert opnieuw wisenten op, evenals een vuursalamander en, eenmaal op de terugweg, een langdurige waarneming van een wilde kat. Zowel zittend, lopend als liggend op een boomstam kunnen we alle kenmerken onderscheiden die verwarring met een huiskat uitsluiten: een grotere en stevigere bouw, een dikke pluimstaart met enkel aan het uiteinde drie donkere ringen, een zwarte staartpunt en een ruige grijsbruine vacht met nauwelijks zichtbare strepen.

Wilde kat © Jan Kelchtermans

Wolven, uilen en een jagende lynx

De ochtend begint fantastisch met twee wolven op dezelfde locatie waar we gisteren eerst de berin met haar twee welpen observeerden. Hoewel één van beide dieren, na een korte blik over zijn schouder, onmiddellijk besluit zich terug te trekken, blijft de andere wolf langdurig nieuwsgierig aanwezig. Onervaren met een geparkeerde auto kijkt hij vanuit een dicht beukenbosperceel aandachtig onze richting uit. Daarbij hapt hij zelfs naar de laserpointer, alsof het een vlieg betreft.

Wolf © Jan Kelchtermans

Bovendien is dezelfde wolvenhotspot, net als de avond ervoor, voor de derde keer op rij bijzonder productief als we ’s avonds weer arriveren. De jonge wolf heeft daar zijn schuwheid nog steeds niet verloren. Het beeld van zijn kop, rustend op zijn voorpoten terwijl hij vanachter de auto vredig onze kant op kijkt, behoort zonder twijfel tot de vele hoogtepunten van Marks en Jans gidsenwerk in deze streek in 2026.

En daarmee is het nog niet afgelopen. Na de dwerguil eerder op de avond krijgen we wat later ook de bosuil en de Oeraluil zowel vocaal als visueel prachtig te zien. In de lichtbundel van Marks zaklamp laten beide soorten zich mooi observeren. Vooral de Oeraluil reageert fel op de nagebootste roep “oe-hoe-hoeeeh”, waarbij de laatste noot iets langer wordt aangehouden.

Oeraluil © Jan Kelchtermans

Nauwelijks een kilometer van de locatie waar een week eerder een exemplaar werd gezien, zit daar ineens opnieuw een middelgrote, gevlekte kat midden op de weg. Met gespitste oren en de blik strak op de omgeving gericht, speurt het dier duidelijk naar mogelijke prooien. Pas wanneer we zijn roep imiteren, kijkt het onze kant op. Even later steekt de lynx de asfaltweg over en verdwijnt hij in het dichte aangrenzende bos van beuken, sparren en hazelaarstruweel.

Euraziatische lynx © Jan Kelchtermans

Tijdens het heen en weer rijden krijgen beide gidsen de lynx nog enkele keren in beeld, maar fotograferen blijkt onmogelijk door de dichtheid van het bos. Daarom zetten we de motor af en wachten we geduldig, in de hoop dat het dier opnieuw naar de weg terugkeert.

Wanneer we enkele keren achter elkaar een blaffend geluid horen, weten we meteen hoe laat het is. Een ree slaat immers alarm wanneer ze gevaar vermoedt, schrikt of een indringer waarneemt. In dit geval is dat zonder twijfel de lynx. Aanvankelijk klinkt het geblaf vlakbij, maar gaandeweg verplaatst het geluid zich dieper het bos in. Met de lynx duidelijk in achtervolgingsmodus lijkt onze zit-en-wachtstrategie weinig kans op succes te hebben. We besluiten daarom verder te rijden.

Een verkenning van het grensgebied levert nog twee everzwijnen op, maar verder blijft het opvallend stil. Wanneer we bijna terug zijn op de plek waar we eerder die avond de lynx zagen, wacht ons echter opnieuw een verrassing. Midden op de weg zit hij weer: een lynx. Onze lynx!

Blijkbaar heeft het dier, na enige tijd door het bos te hebben rondgezworven, opnieuw gekozen voor de macadamweg als uitvalsbasis voor zijn nachtelijke jacht. Eigenlijk is dat niet zo vreemd. Op het asfalt kan een roofdier zich bijna geruisloos verplaatsen en zijn prooi ongemerkt besluipen. Een groot verschil met de bosbodem, die bezaaid ligt met takken en bladeren die elke beweging verraden.

Euraziatische lynx © Jan Kelchtermans

En die strategie lijkt succesvol. Met zijn kop licht gedraaid en zijn lichaam gespannen jaagt de lynx in de berm op muizen, klaar om elk moment toe te slaan. Waar we eerder op de avond nog een blaffende ree hoorden, klinkt nu van dichtbij de roep van een ruigpootuil door de nacht. Opnieuw worden we getrakteerd op natuurbeleving van het allerhoogste niveau. Dit zijn momenten die je niet kunt plannen, alleen ondergaan. Puur genieten.

Berensporen, stilte en een zeer actieve dwerguil

Na aankomst op onze avondlocatie wandelen we door een zacht glooiend landschap van weiden en bossen. Een verse pootafdruk van een bruine beer in een karrespoor bewijst dat de locatie waar we ons bevinden wel degelijk veelbelovend is

Vervolgens installeren we ons op een uitkijkpunt om de omgeving langdurig af te speuren. Toch voelt het landschap opvallend leeg aan. Eindeloze hellingen, bossen en bergkammen strekken zich voor ons uit, maar wildlife lijkt haast afwezig. Buiten twee edelherten bij aankomst blijft het opmerkelijk stil. Het benadrukt opnieuw hoe groot het verschil hier is tussen dag en nacht. Overdag oogt het landschap verlaten en stil, terwijl het ’s nachts bruist van activiteit, zeker wanneer de grote carnivoren op pad zijn.

De mooiste waarneming van de namiddag blijkt uiteindelijk van avifaunistische aard. Bij aankomst op de parking weet gids Jan immers vrijwel onmiddellijk een dwerguil te lokken, die zich luidruchtig laat horen vlak bij de plaats waar de auto geparkeerd staat.

Dwerguil © Jan Kelchtermans

Dat deze kleine uilensoort, ondanks zijn kleine formaat, behoorlijk territoriaal kan zijn, kunnen we nadien duidelijk vaststellen. Het uiltje blijkt actief op zoek naar de vocale tegenpartij die het als een concurrent binnen zijn territorium beschouwt. Daarbij neemt hij regelmatig een opgerichte houding aan, waarbij hij zich groter maakt door rechtop te gaan zitten. Opvallend zijn ook de snelle hoofdbewegingen, het frequente rondkijken en het abrupt draaien van de kop om de omgeving nauwkeurig te inspecteren. Kenmerkend hierbij zijn de opgezette veren, vooral rond de kop en het lichaam, evenals de herhaaldelijke wippende bewegingen van de staart. De gefixeerde blik, waarbij de uil ons langdurig en intens aanstaart, wijst eveneens op een verhoogde staat van waakzaamheid. Daarnaast zijn we getuige van meerdere korte verplaatsingen tussen takken, die overgaan in schijnaanvallen. Daarbij benadert de uil ons actief door vanaf een uitkijkpost plotseling naar beneden te schieten in een snelle, steile vlucht. De heldere hemel en de laagstaande maan vormen, zodra het donker is, de ideale achtergrond voor het fotograferen van deze soort.

Waarnemingen van beer en wolf in het avondlicht

Na de wandeling volgt wat vrije tijd, waarna we samenkomen in de eetzaal voor een laat middagmaal. Omdat het weer bijzonder aangenaam is, besluiten we in de late namiddag opnieuw op pad te gaan. Het doel: dieren spotten in het warme, gouden licht van het gouden uur vlak voor zonsondergang.

Die beslissing blijkt al snel een schot in de roos. Wanneer we een afgelegen zijweg inslaan waar nauwelijks verkeer komt, valt ons oog plots op een bruine beer. Het dier staat tussen de vegetatie langs een beekje dat parallel loopt met de weg. Terwijl we langzaam voorbijrijden, houden we hem scherp in de gaten. Wanneer we stoppen en de wagen voorzichtig achteruit laten rollen, verwachten we elk moment dat hij het op een lopen zal zetten. Maar dat gebeurt niet. De beer blijft staan. Met zijn aandacht volledig op ons gericht neemt hij de tijd om de situatie in te schatten. En zo ontstaat een bijzonder moment: mens en dier die elkaar enkele seconden lang aandachtig observeren, badend in het zachte avondlicht van de Karpaten.

Bruine beer © Jan Kelchtermans

Bovendien lijkt de beer zich helemaal op zijn gemak te voelen in wat hij als een veilige situatie beschouwt. Hij hervat rustig zijn zoektocht naar voedsel, terwijl wij ondertussen volop foto’s kunnen maken. Wanneer hij iets verder stroomopwaarts door de vegetatie trekt, volgen wij hem eveneens, maar dan via de macadamweg.

Even verderop parkeren we de huurwagen en nemen we plaats op een iets hoger gelegen punt met uitzicht op de rivier. In de hoop dat de beer opnieuw tevoorschijn zal komen, wachten we geduldig af. En met succes. Vrijwel onmiddellijk verschijnt hij opnieuw. Onverstoorbaar graast hij verder op de oevervegetatie waarbij hij langzaam maar zeker onze richting uitkomt. Pas wanneer hij vlakbij is, merkt hij onze aanwezigheid op. Meteen zet hij het op een lopen, steekt de rivier over en verdwijnt tussen de dichte begroeiing tegen de helling op. Wat een spectaculaire start van de avond!

En het spektakel blijft duren. Even verderop steken we een bergpas over en bereiken we een uitkijkpunt. Daar wacht ons opnieuw een verrassing: op de tegenoverliggende, dichtbeboste heuvelrug ontdekken we plots twee wolven. Een totaal onverwachte waarneming, en dat bovendien onder exact dezelfde kriekelaar waar Jan tijdens een andere in februari 2018 ooit een lynx werd gespot.

Afgaand op hun grootte, morfologische kenmerken en het feit dat een nabijgelegen hol in het verleden als hun den bekend stond, komen we al snel tot de conclusie dat het om het lokale alfapaar gaat. Hun gedrag lijkt dat ook te bevestigen. Vermoedelijk zijn ze net uit hun hol tevoorschijn gekomen, aangezien beide dieren druk bezig zijn met het krabben en verzorgen van hun vacht.

Dan maken we echter een fout. Enkele dagen eerder bleek een laserpointer een handig hulpmiddel om deze dieren aan te wijzen voor de groep. Dit keer werkt het averechts. In plaats van nieuwsgierig op het bewegende lichtpuntje te reageren, merken de wolven de laserstraal op en schrikken ze zichtbaar. In een fractie van een seconde stuiven ze uiteen, elk een andere kant op.

Alles gebeurt zo snel dat een aantal deelnemers uiteindelijk geen van beide dieren te zien krijgt. Het voorval illustreert nog maar eens hoe schuw, waakzaam en achterdochtig wolven kunnen zijn. Een subtiele afwijking in hun omgeving volstaat om hen meteen alert te maken.

Beren en wolven aangetrokken door wisentkadavers

Bruine beer © Jan Kelchtermans

Tegen de avond trekken we naar een plek diep in de bossen, daar waar de boswachters twee dagen eerder bezig zijn met het ontleden van een zieke wisent. Mark, die in de namiddag al een verkenningstocht maakt, stelt vast dat de resten van het kadaver verspreid liggen langs de bosrand. En het gaat niet om één, maar om twee wisenten.

Met beren die een maand eerder uit hun winterslaap ontwaken en volop op zoek zijn naar voedsel, lijkt het bijna onvermijdelijk dat ze deze plek weten te vinden. De duidelijke vraatsporen op de kadavers, achtergelaten tijdens de voorbije nacht, bevestigen dat vermoeden alleen maar.

Ruim anderhalf uur voor zonsondergang positioneren we de bus zo dat we van bovenaf een perfect zicht hebben op de kadavers. Mark plaatst nog snel twee extra cameravallen, zodat we zeker voldoende beeldmateriaal verzamelen van wat voor beren en wolven niets minder is dan een gigantisch all-you-can-eatbuffet midden in het bos.

De geur is voor ons allesbehalve aangenaam, maar voor de vele insecten die erop afkomen blijkbaar wel. En vliegen trekken op hun beurt weer vogels aan. Onze aandacht gaat vooral naar een withalsvliegenvanger die vanuit een berk behendig op vliegen jaagt.

Wanneer in de nabijheid raven beginnen te roepen, weten we dat er waarschijnlijk carnivoren in de buurt zijn. Niet veel later verschijnt er plots een jonge bruine beer uit het bos. Zijn blik en de manier waarop hij zijn oren rechtop in onze richting zet, maken meteen duidelijk dat onze aanwezigheid niet bijzonder gewaardeerd wordt. Toch maakt hij geen aanstalten om te vertrekken.

Bruine beer © Jan Kelchtermans

Zijn opvallend ronde buik verraadt dat dit vermoedelijk niet zijn eerste bezoek aan deze plek is. Voordat hij enkele keren stukken ingewanden van het karkas haalt om die wat verderop, beschut achter een boom, op te eten, inspecteert hij aandachtig de stam van een den op een plek waar vrij recent een stuk schors blijkt te zijn afgerukt. Gids Jan moet daarbij denken aan iets wat een lokale boswachter uit Bieszczady hem ooit vertelde en liet zien. De man woont nog steeds naast een heuvel waarin een beer tot op de dag van vandaag zijn winterhol heeft. Volgens hem eten beren hars om na een lange winterslaap hun spijsvertering weer op gang te brengen. Misschien heeft een grotere soortgenoot hier eerder hetzelfde gedaan en is dat precies wat de jonge beer nu zo aandachtig staat te onderzoeken. Wie zal het zeggen?

De wijze waarop de jonge beer in één bepaalde richting kijkt, wijst er duidelijk op dat hij niet alleen is. Maar blijkbaar zijn diens soortgenoten minder assertief om zich bij vol daglicht te tonen.

 

Wil je deze reis zelf maken? Binnenkort zakken we weer af naar Polen met Mark. Meer info vind je hier.

Alle beelden op onze website zijn eigen werk en gemaakt door onze deelnemers en gidsen. Wat je ziet geeft dus een realistisch beeld van wat jij zelf kan zien, beleven en fotograferen op onze reizen.