Reisverslag vogelreis naar Georgië 2024: indrukwekkende roofvogeltrek in Batumi
Voor een spectaculaire vogeltrek moet je in september in Batumi zijn. Elk jaar worden er zo’n miljoen roofvogels geteld. STARLING zorgt voor een onvergetelijke ervaring onder begeleiding van ervaren gids Bastiaan De Ketelaere, die zelf jarenlang vrijwillig meetelde met Batumi Raptor Count en de telposten leidde. Deelnemer Wouter Knaepen ging in 2024 mee en schreef een reisverslag.

Indrukwekkende roofvogeltrek
Batumi Raptor Count focust tijdens het trektellen op acht roofvogelsoorten, maar er vliegen er veel meer voorbij. Er wordt geteld vanop twee telposten die met elkaar communiceren. Telpost 1 ligt vlakbij de guesthouse op een heuvel dicht tegen de kust van de Zwarte Zee, hier kwamen we vaak naartoe. De soort die we het vaakst hebben zien overvliegen is de wespendief. Met hun piekperiode begin september vliegen er zo’n half miljoen over. Het is impressionant om er dagelijks tienduizenden te zien overvliegen. Op de foto hieronder zijn de laag cirkelende vogels voornamelijk zwarte wouwen en enkele wespendieven met daarboven een stroom wespendieven en zwarte wouwen die hoger vliegen op een lijn van links naar rechts.

Hieronder staan enkele wespendieven afgebeeld, maar op de eerste foto staat een enorme zeldzaamheid en doelsoort van de reis: een Aziatische wespendief, in dit geval een vrouwtje. We waren er allen enorm blij mee om die enkele Aziatische wespendief te vinden tussen de duizenden gewone wespendieven. Het plompere, meer arendachtige uiterlijk verraadde al iets en o.a. de afwezigheid van polsvlekken en de tekening op de hals bevestigden het vermoeden.



We leerden bij over de verschillen tussen de soorten, maar vooral ook veel over de geslachts- en leeftijdsverschillen binnen een soort. Om ze goed te zien, was het handig dat de vogels soms op ooghoogte voorbij de telpost vlogen. De zwarte wouw op de foto hieronder is een juveniel, te zien aan de witte stippen op de bovenvleugels. Het verenkleed is ook nog in te goede staat om een adult te zijn, een adult zou rui vertonen en dus enkele veren missen.

Balkansperwer was zeker ook een doelsoort van de reis. We zagen er uiteindelijk tientallen. Op de eerste foto hieronder staat een juveniel, met ruige stippen op de borst. Erna staat een adult vrouwtje en als laatste een adulte man. Die mannetjes zijn door hun egale kleuren op de kop en vleugels gemakkelijk te herkennen. Ze hebben ook zwarte vleugelpunten, bij vrouwtjes zijn die vaak intermediair en bij juvenielen zo goed als afwezig.
Er vlogen ook gewone sperwers over, zo konden we ze soms ter plekke goed vergelijken. Het verschil met balkansperwers zit onder andere bij de banderingen op de staart. Balkansperwer heeft vaak zes tot acht dunne banden, terwijl sperwer meestal maar drie of vier dikkere banden heeft. Bij de gewaaierde staart van het vrouwtje balkansperwer hieronder is mooi te zien dat de middelste staartpen niet gebandeerd is, ook typisch voor balkansperwer.



Qua kiekendieven konden we drie soorten noteren, met meerdere stroompjes bruine kiekendief, redelijk veel grauwe kiekendieven en enkele steppekiekendieven. Van de laatste twee soorten waren het voornamelijk juvenielen. Adulte steppekiekendieven kwamen niet vaak voorbij, maar enkele prachtige, lichte mannetjes zagen we van heel ver tegen de bergwand afsteken.


Tussen juveniele grauwe en steppekiekendieven zit onder andere een verschil in de koptekening, een steppekiekendief heeft een witte halsring met een bruine “boa”. De vleugelpunten en -basis zijn ook eerder licht ten opzichte van grauwe kiekendief met zwarte vleugelpunten, maar dat is niet altijd duidelijk met schaduwen die op een foto verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.



Terwijl de piekperiode voor grote arenden later valt, zagen we toch al behoorlijk wat schreeuwarenden (foto’s onder), met op een topdag acht verschillende individuen waarvan eentje vlakbij de telpost scheerde. Het zijn majestueuze vogels. We zagen vanop de telpost ook nog enkele visarenden, een zeearend en van heel ver een enkele steppearend.


Andere soorten waren de dwergarend, steppebuizerd, boomvalk, torenvalk en slechts éénmaal een havik. Daarnaast ook ooievaar, zwarte ooievaar, bijeneter, alpengierzwaluw, gierzwaluw en gele kwikstaart en ter plaatste een hop en wielewaal.
Eén van de topmomenten was de slangenarend. Op het einde van de allerlaatste dag stonden we op het punt te vertrekken. Tijdens nog een allerlaatste scan in de lucht werd een slangenarend opgepikt in de verte. Het kwam steeds dichter en vloog uiteindelijk vlak boven ons om dan nog even te cirkelen en weer verder te trekken. Een beter afscheid van de telpost konden we niet wensen.


Uitstapjes
Tussen het trektellen door maakten we op de reis ook nog andere uitstapjes. De tweede telpost lag enkele heuvels verder het binnenland in. We gingen er een halve dag naartoe. Op zich vloog er best veel over, voornamelijk zwarte wouw, maar niets wat we nog niet eerder gezien hadden. De grote groepen bijeneters vielen wel op. Tijdens een luw en heet moment ging ik even wat reptielen en zangvogeltjes zoeken en fotograferen in de bosjes rondom. De gewenste Kaukasische adder toonde zich jammer genoeg niet. Een zingende groene fitis wou niet poseren, maar een interessante ondersoort van de gekraagde roodstaart, subspecies samamisicus, wel (foto onder). Het is te onderscheiden van onze gekraagde roodstaart aan de witte vlakken op de vleugels. Om enkele extra soorten te scoren reden we op de terugweg langs en over een riviertje. Al snel zagen we de gewenste rivierbegeleidende soorten zoals waterspreeuwen, ijsvogels, kleine zilverreigers en grote gele kwikstaarten.

We bezochten de botanische tuin van Batumi, in bijzonder voor de Turkse boomklever. We stonden nog te wachten voor de ingang en ik ontdekte al vrij snel eentje, mooi zichtbaar voor heel de groep. Eens in het park zagen we er nog enkelen. In die immense tuin zagen we ook vogeltrek, met een constante stroom van kiekendieven. We hoorden een noordse nachtegaal zingen en zagen enkele andere leuke vogelsoorten zoals een andere ondersoort van staartmezen (ssp major).
In het stadspark waren er ook heel wat bijzondere vogelsoorten te zien. Het park ligt vlak naast de kustlijn dwars op de trekroute van vele vogels. Hierdoor dalen vele vogels neer in het park om uit te rusten. Een dwergooruil was natuurlijk magnifiek, maar ook nachtzwaluwen en een oostelijke vale spotvogel waren de moeite. Zot om zoiets te vinden in één van de zovele bomen in een stadspark tussen Georgiërs die er zelf geen idee van hebben. Eén plaatselijk koppel toonde interesse in wat wij daar deden. Ze waren ferm onder de indruk.
Doorheen het park wandelend, viel mij opeens een lichte buik op tegen een stam. Dat bleek een draaihals te zijn, een onopvallende spechtensoort. Ik probeerde wat dichterbij te komen en nam elke meter een paar foto’s. Tot mijn verbazing kwam de draaihals zelf dichter zitten, tot wel heel dichtbij. Ik heb er letterlijk 500 foto’s van genomen. Achteraf moeilijk om er de beste uit te kiezen, maar van dergelijke foto’s had ik niet durven dromen.




In één rijpe vijgenboom zaten 5 “Sylvia” soorten samen te smullen van de vijgen: een sperwergrasmus mengde zich met een braamsluiper, tuinfluiter, grasmus én zwartkop. We konden er blijven naar kijken en sommigen legden zich er bij neer.


We bezochten de Chorokhi Delta dat uitmondt in de Zwarte Zee en het Paliastomimeer vlakbij de kust van Poti. Groepen purperreigers, hoppen en bijeneters vlogen er om ons heen. Ik ontdekte onze eerste izabeltapuit van de reis. Scharrelaars vlogen er over en kortteenleeuweriken (foto onder) zaten in het grasland. Enkele leuke watersoorten aan de delta waren witvleugelstern, dwergmeeuw, klein waterhoen, poelruiter, breedbekstrandloper en zwarte ibis. Vanop het kiezelstrand zagen we in de verte over de Zwarte Zee meerdere yelkouanpijlstormvogels, steltkluten, een kleine jager en grote sternen vliegen, we merkten een juveniele citroenkwikstaart op tussen de keien en op het zandstrand zat een Armeense meeuw tussen de geelpootmeeuwen. Vanuit het busje zagen we nog een flamingo overvliegen, wat ook in Georgië een zeldzaamheid is.


Andere fauna & flora
Het moest natuurlijk niet enkel om vogels draaien. Met een botanist in de groep keken we uitgebreid naar planten, met bijvoorbeeld een schroeforchis, Spiranthes australis, als één van de meest speciale soort.

In en rondom het water was het uitkijken naar libellen en slangen. We zagen ring- en dobbelsteenslangen (foto).

Goudjakhalzen hoorden we ‘s avonds geregeld roepen in de vallei tot vlakbij de guesthouse. Ik moest en zou er één gezien hebben, dus ik nodigde op een avond, waarop we ze alweer hoorden, de wakkere mensen uit om nog op stap te gaan. We gingen te voet en schenen met de zaklamp, zonder veel verwachtingen. Na twintig minuten dalen zag ik op een tiental meter ogen oplichten, een jakhals! Het bleef een poosje stilzitten waardoor we het prachtig konden bekijken, met details op de kop en het volledige profiel van het dier. De jakhals kroop na enkele seconden weg tussen de vegetatie, dus we stapten tevreden nog iets verder. Na enkele meters draaide ik me nog even om en toen liep die open en bloot de weg over achter ons. Ik heb er een slecht filmpje aan over gehouden, jammer, maar de herinnering is des te zoeter. Op de terugweg hoorden we nog een kwartel baltsen, middenin subtropisch bos, helemaal niet zoals we in België gewend zijn.
Jacht
De streek staat bekend om zijn jacht. Er wordt op alles geschoten dat overvliegt, van zangvogeltjes naar steppevorkstaartplevieren tot arenden. Tijdens het tellen hoorden we wel enkele knallen en in de delta zagen we een groep op jacht (foto). We kregen tijdens de reis te horen, op een moment dat we niet op de telpost stonden, dat er een steppearend werd neergeschoten terwijl ze er op de telpost op stonden te kijken. Net zo’n zeldzame soort, zeker nog in die periode. Dan vraag ik mij af of die jager bewust en met veel kennis handelde, of net geheel toevallig deze “grote vogel” in het vizier kreeg. Gelukkig heeft Batumi Raptor Count een educatief karakter en wordt er in Batumi ook info verspreid en lesgegeven over de bijzondere omstandigheden in Batumi. Ten opzichte van andere delen van Georgië zou er al veel minder gejaagd worden en is de toon gezet om ecotoerisme te ontvangen.

De stad en de mensen
We stopten kort in Batumi voor een mini-citytrip. Op zich is het wel een gezellige badstad met allures van een Dubai of Las Vegas. Een groot universiteitsgebouw heeft een ingebouwd reuzenrad, maar het heeft nooit gewerkt. Een hoge toren met alle Georgische letters op is gebouwd nadat Georgië een derde van hun alfabet geschrapt heeft. Bijzonder.
En het moet gezegd worden, al deze soorten en belevenissen zijn fantastisch, maar een groot gedeelte van het succes van de reis is te danken aan de uitstekende begeleiding van Bastiaan, inclusief boeiende presentatiemomenten over de plaatselijke avifauna. De gastvrijheid van gastgezin Murman was indrukwekkend. Murman en zijn gezin verwenden ons met rijkelijk gedekte tafels, zelfgemaakte Georgische wijn en Tsjatsja, een soort sterke drank. Vanuit de guesthouse heb je ook een fantastisch zicht op het dal. Hier zagen we elke ochtend al de eerste trekvogels voorbij vliegen. Op een avond gingen we naar de zonsondergang kijken vanop de telpost en zagen we de lichtjes van Batumi fonkelen. Hierna werden we uitgenodigd door de vrijwilligers van Batumi Raptor Count om mee te gaan dansen in een plaatselijk cafeetje. Super gezellig!



En last but not least maakte het enorm leuke reisgezelschap een groot deel uit van de beleving. Het was een gezonde, gevarieerde groep van dertigers tot zestigers, mannen en vrouwen, van natuurgenieters tot ervaren birdwatchers. De Whatsappgroep die we gebruikten om af te spreken voor en tijdens de reis is blijven bestaan en we hebben ondertussen meermaals met gans de groep tripjes gepland, waaronder naar Lac du Der, maar het liefst zouden we met z’n allen opnieuw naar Batumi willen reizen onder begeleiding van Bastiaan.

Ter nagedachtenis van Freddy Sanen die mee zou reizen, maar onverwacht overleed voor aanvang. Hij reisde mee in gedachten.