© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
12 januari 2026

Reisverslag fotografiereis naar Zuid-Afrika 2025: de fotohutten van Zimanga

In het najaar van 2025 trok Karl Van Ginderdeuren samen met Jeffrey Van Daele op fotografiereis naar de fotohutten van Zimanga in Zuid-Afrika. Jeffrey heeft er al veel ervaring en kent er het reilen en zeilen als geen ander. Als doorwinterde fotograaf komt hij jaarlijks met indrukwekkende beelden naar huis. Karl zorgde voor een extra ecologische, en maatschappelijk relevante toets aan de reis. Op zijn website eigen publiceerde hij eerder al dit verslag. Beleef hier de reis mee door zijn ogen.

Voorbij de Safari: Een STARLING-reis naar Zuid-Afrika

Afgelopen maand ging ik samen met Jeffrey Van Daele op pad om een STARLING-reis naar Zuid-Afrika te begeleiden, naar het gerenommeerde Zimanga Private Game Reserve. Die laatste drie woorden betekenen dat het land privébezit is en dat ecotoerisme, en dus geen jacht, het doel van het reservaat is.

Verscholen in het hart van KwaZulu-Natal ligt het Zimanga Game Reserve, een privégebied van 7.000 hectare (70 km²), beheerd en ontworpen met fotografen in gedachten. Het reservaat wordt gekenmerkt door een grote variatie aan habitats binnen zijn grenzen, gaande van bos tot grasland, en door de Mkuze-rivier die het gebied doorkruist. Wat Zimanga echt bijzonder maakt, is het uitgebreide netwerk van speciaal ontworpen fotografiehutten, die zowel overdag als ’s nachts unieke fotografische mogelijkheden bieden. Naast de hutten zorgen ook safari’s per voertuig in Zimanga voor bijzondere kansen op het vlak van wildlife-fotografie. Het reservaat is de thuisbasis van meer dan 80 zoogdiersoorten, waaronder iconische Afrikaanse dieren zoals leeuw, luipaard, hyena, olifant, witte neushoorn, zebra, nijlpaard, gnoe, buffel en cheeta.

Na een lange vlucht van Brussel naar Durban maakten we, voor de rit naar Zimanga, eerst een tussenstop in St Lucia om de lagune te bezoeken.

© Karl Van Ginderdeuren – Nijlpaarden in de lagune waren de eerste dieren waar we onze camera’s op konden richten.
© Karl Van Ginderdeuren – African golden weaver kolonie
© Karl Van Ginderdeuren – Mannetjes bouwen elk jaar een nest. Mooi om te zien hoe handig ze zijn met enkel hun bek.
© Karl Van Ginderdeuren – De African golden weaver bewijst dat als je maar genoeg mooie huisjes bouwt voor je partner, er uiteindelijk wel eentje door de keuring raakt.

Een paar uur later stonden we aan de poort van Zimanga. Daar begon de reis pas echt. Het doel was om in de nachthutten zoveel mogelijk met groothoeklenzen te werken en tijd door te brengen met olifanten, neushoorns en grote katachtigen.

© Karl Van Ginderdeuren – Van savannegraslanden tot moerasgebieden en open weiden: het reservaat heeft vele verschillende habitats.
© Karl Van Ginderdeuren – Ik wilde ook meer leren over de ecologie van een omheind wildreservaat, wat in Zuid-Afrika de gebruikelijke manier is om de natuur te beschermen. Daar kom ik verderop in het artikel op terug.

Ik keek er erg naar uit om samen met Jeffrey te begeleiden. Hij is anders dan ik. Hij is een kunstenaar, een echte fotograaf. Tijdens deze reis leerde ik op de harde manier dat mensen zoals ik de natuur willen begrijpen en zien. Wij willen het voedselweb en het ecosysteem tonen, en dat betekent soms dat we heel intens op zoek gaan naar een zeldzame soort om er vervolgens een vrij gewone foto van te maken. Een foto gemaakt met goede apparatuur, met een mooie bokeh en vaak ook met goed licht, dat zeker. Maar dat maakt het nog geen goede foto. Zal een niet-wildlifefotograaf jouw beeld mooi vinden? Dat is de vraag die je jezelf moet stellen.

Jeffrey denkt uitsluitend over fotografie als kunst, en hij wees er terecht op dat veel wildlifefotografie documenteert in plaats van fotografeert. De mensen die met hem op reis gaan, staan volledig achter zijn filosofie en denken lang en grondig na over hun beelden.

Jaren geleden namen de eigenaars van Zimanga contact op met niemand minder dan Bence Máté om hutten te bouwen, vergelijkbaar met degene die hij in Hongarije had ontworpen. En o wauw, wat zijn die indrukwekkend. Perfecte composities van onderwerpen vóór de hut en alle comfort binnenin. In sommige hutten heb je wifi, eten, bedden en buitenverlichting.

© Karl Van Ginderdeuren – Ondergrondse tunnel naar de hut.
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Experimenterend met snelle en trage sluitertijden bij de pied kingfisher in de lagunehut

Op aanraden van Jeffrey probeerde ik ook reflecties van duikende ijsvogels in het water te fotograferen. Duizend beelden later had ik één droombeeld:

© Karl Van Ginderdeuren – Reflectie van een duikende ijsvogel. Afhankelijk van de dag vind ik dit ofwel rommel, ofwel het beste beeld van de hele reis.
© Karl Van Ginderdeuren – Don’t be a hippcrite.
© Karl Van Ginderdeuren – Three banded plover
© Karl Van Ginderdeuren – Parende black crake’s

Daarna waren de beroemde olifanten– en neushoorn-nachthutten aan de beurt. Een klein waterpoeltje wordt dagelijks gevuld zodat de dieren komen drinken en normaal gezien is er de hele nacht activiteit. Dit jaar was het echter, net als de drie voorgaande jaren, uitzonderlijk nat. Dat betekende overal plassen en minder noodzaak voor dieren om de hutten te bezoeken.

Toch beleefden we waanzinnige momenten met olifanten op amper twee meter afstand. Je moest letterlijk omhoog kijken om hun gezicht te zien. Wat een ervaring.

© Karl Van Ginderdeuren – Vogels als deze cape starling houden ook van de hutten.
© Karl Van Ginderdeuren – Striped swallow op zoek naar materiaal voor het nest.

Maar toen was het tijd voor de grote jongens:

© Karl Van Ginderdeuren – Klinkt misschien pretentieus, maar dit was écht life changing. Vijf ton dorst die hoog boven onze hut uittorende.
© Karl Van Ginderdeuren – Een onverwachte douche.

Zimanga is sterk betrokken bij het fokken en beschermen van witte neushoorns, en het was bijzonder interessant om met de rangers te spreken over de bescherming van deze soort. Stroperij op neushoorns is een nooit eindigend probleem en er worden heel wat verschillende maatregelen genomen om de dieren te beschermen. Een 24/7 gewapende anti-stroperijpatrouille is er één van, het proactief afzagen van de hoorns, die na enkele jaren opnieuw aangroeien, is een andere. Dankzij al dat werk is er in Zimanga al vele jaren geen enkele neushoorn meer gestroopt.

Het verhaal van de witte neushoorn bewijst dat wanneer biologen, natuurbeschermers, overheden en landeigenaars samenwerken, zij in staat zijn een soort te beschermen waarvan de hoorn op de zwarte markt meer dan 60.000 euro per kilogram waard is. Het gaat hier om de zuidelijke witte neushoorn.

De noordelijke witte neushoorn daarentegen kwam vroeger voor in Centraal-Afrika en is uitgestorven door een combinatie van ernstige, door de mens veroorzaakte druk. Vooral intense stroperij omwille van de hoorn speelde hierin een grote rol, verergerd door politieke instabiliteit en burgeroorlogen in het verspreidingsgebied. Daarnaast zorgden habitatverlies door landbouwuitbreiding en menselijke nederzettingen voor een verdere achteruitgang van de populaties. Uiteindelijk leidde dit tot de dood van het laatst bekende mannetje in 2018, waarna enkel twee onvruchtbare vrouwtjes overbleven. Dat betekent dat de soort vandaag functioneel uitgestorven is in het wild.

Laten we ervoor zorgen dat de overblijvende witte neushoorns niet hetzelfde lot ondergaan!

© Karl Van Ginderdeuren – Witte neushoorn
© Karl Van Ginderdeuren – Red de mollige eenhoorns.
© Karl Van Ginderdeuren – Dit is wat je ziet wanneer je recht voor je uitstaart in de hut.
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Kan ook mooie achtergronden opleveren.
© Karl Van Ginderdeuren – Hamerkop voor twee tweetonnige neushoorns die het met elkaar aan de stok hebben.
© Karl Van Ginderdeuren – De kracht waarmee deze twee op elkaar inbeukten, deed de grond beven.

De laatste hut die we bezochten was de gierenhut, waar dagelijks aas wordt neergelegd en dat enkele tientallen witruggieren aantrekt.

© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Tussen de reuzen.

Als je van de hutten houdt, breng je daar vanzelf meer tijd door, maar safari’s blijven altijd een optie. In Zimanga zijn er doorgaans slechts een handvol mensen per dag op safari, wat betekent dat de kwaliteit van de beleving meestal veel hoger ligt dan in veel mainstream grote parken. Met andere woorden, te veel mensen. En als gevolg daarvan het opjagen van dieren, enkel zodat bezoekers een bedroevende smartphonefoto kunnen maken.

De rangers vragen je waarop je je wilt focussen: olifanten, neushoorns, vogels, leeuwen, mestkevers of cheeta’s. Sommige dieren kunnen op afstand worden gevolgd. Dat helpt uiteraard om ze te vinden, maar het maakt het bijvoorbeeld ook mogelijk om echt tijd door te brengen met de cheeta’s. Als de rangers weten dat de leeuwentroepen zich elders in het reservaat bevinden, laten ze je te voet dichter bij de cheeta’s komen. En dat verandert alles. Plat op je buik liggen om volledig andere hoeken te krijgen.

Rangers denken zelfs na over licht en adviseren activiteiten in bepaalde delen van het reservaat wanneer de lichtomstandigheden optimaal zijn, bijvoorbeeld tegenlicht op dieren op een richel of duikende ijsvogels in high-key.

© Karl Van Ginderdeuren – Buffalo soldiers…
© Karl Van Ginderdeuren – Jammer genoeg hadden we niet meer tijd met de mestkevers (het was nog wat vroeg in het seizoen, dus er was weinig activiteit). Er moeten ongetwijfeld waanzinnige tegenlichtbeelden van te maken zijn.
© Karl Van Ginderdeuren – Knobbelzwijn
© Karl Van Ginderdeuren – Red billed oxpecker op de rug van een knobbelzwijn.
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Collectie van huiden op safari: olifanten, nijlpaard en neushoorn.
© Karl Van Ginderdeuren – Ik weet niet waarom, maar ik heb altijd opgekeken naar giraffen.
© Karl Van Ginderdeuren – Ze zijn inmiddels opgesplitst in vier afzonderlijke soorten, met meerdere ondersoorten. Dit is de zuidelijke giraf.
© Karl Van Ginderdeuren – Bij safaris in Zimanga kan je plat op de grond liggen, wat zorgt voor veel betere composities.
© Karl Van Ginderdeuren – Chapeau voor de rangers, die al decennialang met olifanten werken. Ik stond versteld van hun vaardigheid om een olifant te “lezen”. In combinatie met het feit dat hier al heel lang geen olifant meer is neergeschoten, maakt dat de dieren erg vredig zijn. En blijkbaar moet je nooit bang zijn voor een vreedzame olifant 😄

Een van de bitterzoete lessen die we leerden, is dat Zuidelijk Afrika erin geslaagd is de ivoorstroperij een halt toe te roepen en zijn olifanten te beschermen. Hoera, zeggen we allemaal. Zuidelijk Afrika heeft vandaag zelfs te veel olifanten. Het Krugerpark telt ongeveer 31.000 olifanten, terwijl de geschatte draagkracht rond de 7.000 ligt. Botswana alleen al huisvest naar schatting 130.000 olifanten. Dat staat in schril contrast met Noord- en Centraal-Afrikaanse landen, die hun olifanten verloren hebben of nog steeds verliezen.

Het gevolg is overbegrazing door overpopulatie, met ingrijpende veranderingen in de vegetatie. In gebieden zonder olifanten zie je visueel duidelijk andere vegetatietypes. In het algemeen heeft Afrika 90 procent van zijn bosolifanten en 70 procent van zijn savanne-olifanten verloren.

Zou het overschot in het zuiden dan niet kunnen helpen om de afnemende populaties in Centraal- en Noord-Afrika opnieuw op te bouwen? Ik leerde dat het antwoord daarop een harde NEE is.

Het verplaatsen van één enkele olifant naar een nabijgelegen park kost al snel 50.000 euro en vereist twintig mensen en een helikopter. Bovendien zou je volledige kuddes moeten verplaatsen om hun complexe sociale structuren intact te houden. Het verplaatsen van kuddes over het Afrikaanse continent heen is simpelweg niet haalbaar. Het enige wat we kunnen proberen, is het creëren van grote migratiecorridors waarlangs olifanten zich noordwaarts over het continent kunnen verplaatsen. En dat bovenop het aanpakken van de problemen in de landen die hen in de eerste plaats hebben doen verdwijnen.

Conclusie: alles draait om het creëren van beter beschermde landschappen en om een evenwichtigere betrokkenheid van lokale gemeenschappen. Met andere woorden, los de problemen van mensen op en je lost ook de problemen van wildlife op.

En nu tijd voor wat lange tanden:

© Karl Van Ginderdeuren – De koningin wandelt door het bos in de mist. Tijdens ons verblijf zaten de leeuwen meestal in dichte vegetatie, waardoor we ons meer op cheeta’s hebben gericht.

De meest unieke ervaring, naast groothoekfotografie van olifanten, was het vele uren doorbrengen met cheeta’s. We volgden twee broers gedurende twee dagen en de relatie tussen hen was bijzonder interessant om te observeren. De rangers volgden deze dieren al lange tijd en kenden daardoor het individuele karakter van elk van hen. Ik had cheeta’s tot nu toe enkel in Botswana gezien en was verrast door hoe groot ze zijn wanneer je hen van dichtbij, liggend op de grond, meemaakt.

© Karl Van Ginderdeuren

De rangers begonnen telkens met het controleren van de positie van de leeuwentroepen in het reservaat. Als die ver genoeg verwijderd waren, kreeg je toestemming om de cheeta’s te voet te benaderen en te fotograferen.

© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Broederlijke liefde.
© Karl Van Ginderdeuren – Zimanga is de moeite waard, al is het maar voor de lage perspectieven.

Voor mij was de meest interessante ecologische les die ik tijdens deze reis leerde… aan het hek.

Het omheinen van parken in Afrika vormt een klassiek dilemma, waarbij de voor- en nadelen sterk afhangen van de specifieke locatie, het type omheining en de manier waarop die wordt beheerd. Ik zie het als een schaal van 1 tot 10. Eén staat voor een piepklein gebied waar dieren wel worden uitgezet, maar nooit een gezonde populatie kunnen opbouwen, bijvoorbeeld kleine jachtparken. Tien staat voor de Masai Mara, enorm en wild, zonder menselijke tussenkomst. Zelfs Kruger, het grootste park van Zuid-Afrika, heeft omheinde zones.

De voordelen van omheiningen zijn minder conflicten tussen mens en dier wanneer dieren het park verlaten, bescherming tegen binnendringende stropers, natuurbehoud via kweekprogramma’s voor zeldzame soorten, ziektecontrole en ook de bescherming van een investering in een safarireservaat. Je ziet grote landeigenaars die bereid zijn hun landbouwactiviteiten stop te zetten en hun uitgestrekte privéterreinen om te vormen tot wildreservaten. Dat gaat gepaard met enorme investeringen, zowel om bezoekers te ontvangen als om grote zoogdieren te herintroduceren. Die investeringen willen mensen beschermen en dat doen ze door een hek te plaatsen.

De nadelen van omheiningen zijn het verstoren van migratie, mogelijke genetische isolatie en de hoge kosten voor plaatsing en onderhoud.

Zimanga telt tientallen personeelsleden die uitsluitend instaan voor het beheer van het reservaat. Dat omvat onder meer het behoud van plantendiversiteit, vogelrijke lagunes, herbivoren en carnivoren, en het bewaken van de genetische gezondheid van grote zoogdieren die niet langer kunnen migreren. Dat vraagt enorm veel werk. Vergeet niet dat diersoorten die niet beschikken over een stichtende populatie van minstens 20 tot 30 genetisch diverse individuen, nooit een gezonde populatie kunnen opbouwen. Zij hebben menselijk beheer nodig.

© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Zimanga is een omheind park, zoals de meeste parken in Zuid-Afrika. Het moeilijkste aan het plaatsen van een omheining in een Afrikaans wildreservaat is olifanten ervan te overtuigen dat het een suggestie is, geen uitdaging.

Betekent dit dan dat deze omheinde parken geen waarde kunnen hebben voor de natuur? Natuurlijk niet. Voor planten, vogels, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en zelfs veel grotere zoogdieren die kunnen springen of graven, zoals luipaard, hyena en wilde hond, vormen de hekken geen belemmering voor hun verspreiding. Deze gebieden zijn dus zeer waardevol voor de natuur.

Ik denk dat deze hekken in veel opzichten een noodzaak zijn als je natuur wilt herstellen buiten de grote nationale parken. In een ideaal scenario kunnen die hekken later weer worden verwijderd, zoals bijvoorbeeld in Kruger.

De paradox die ik leerde, is dat in moeilijke gebieden, om uiteenlopende redenen, een omheind park vaker wel dan niet de enige haalbare oplossing is. Maar het creëren van een omheind privé wildreservaat vergt enorme financiële middelen. Toch hebben plaatsen zoals Zimanga aangetoond dat grote gebieden van 7.000 hectare kunnen worden omgevormd tot natuurreservaten die het levensonderhoud van tientallen medewerkers en hun families ondersteunen, terwijl ze tegelijk bijdragen aan het behoud van zeldzame soorten zoals neushoorn en cheeta.

Die voordelen komen wel met de noodzaak van continue relocatie van dieren om genetische diversiteit te behouden. Een bioloog in Botswana vertelde me ooit dat Afrika dankzij deze relocatieprojecten drie keer meer cheeta’s telt dan mogelijk zou zijn met enkel de grote parken. Met een wereldpopulatie van slechts ongeveer 6.500 volwassen cheeta’s heeft cheetaconservatie misschien zelfs omheinde parken nodig, naast de grote vrij rondtrekkende parken. In Zuid-Afrika leven 1.000 van de 1.300 cheeta’s in omheinde parken. Stof tot nadenken.

Projecties van de Verenigde Naties tonen aan dat de Afrikaanse bevolking, momenteel meer dan 1,4 miljard mensen, tegen 2050 zal groeien tot ongeveer 2,5 miljard en mogelijk tot meer dan 3,2 miljard tegen 2070. Dat betekent onvermijdelijk nog meer uitsterven van soorten en verder afnemende wildlife-populaties. De tijd zal uitwijzen of omheinde parken, in combinatie met alternatieven die focussen op landschapsniveauconservatie en betrokkenheid van lokale gemeenschappen, erin zullen slagen om conflicten tussen mens en dier en stroperij in dat voortdurend veranderende continent een halt toe te roepen. Ik geloof oprecht dat de kennis en ervaring van Zuid-Afrikaanse landeigenaars en reservaatbeheerders cruciaal kan zijn om olifanten en neushoorns in andere delen van Afrika opnieuw een toekomst te geven.

Ik wil dit reisverslag niet afsluiten op een politieke noot. Ik wil terugkeren naar de beelden en naar Jeffrey zijn ideologie. Hij is de enige fotograaf die ik ken die alles in zwart-wit fotografeert, wat betekent dat zijn zoeker geen kleuren toont. Hij wil het beeld zien in zijn essentie, puur gebaseerd op compositie. Hij zei meerdere keren tijdens deze reis dat ik me moest focussen op het zwart-wit, dus dat deed ik.

© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Drongo
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – African hawk eagle.
© Karl Van Ginderdeuren
© Karl Van Ginderdeuren – Met een zwiep van de staart was er oogcontact.

Een grote dankjewel aan Billy en aan Jeffrey. Ook een dikke merci aan een supergemotiveerde en bijzonder deskundige groep gepassioneerde fotografen. Een ontzettend fijne groep deelnemers.

Zimanga, we komen terug!!

© Karl Van Ginderdeuren
Alle beelden op onze website zijn eigen werk en gemaakt door onze deelnemers en gidsen. Wat je ziet geeft dus een realistisch beeld van wat jij zelf kan zien, beleven en fotograferen op onze reizen.