Reisverslag: onvergetelijke vogelreis naar Scandinavië

Eind mei - begin juni 2017 trok een groep STARLING-reizigers met volle goesting naar Lapland. Het werd een onvergetelijke reis om meerdere redenen. Tegelijk was het derde succesvolle STARLING-vogelreis naar Scandinavië op rij, na 2015 met Billy Herman en 2016 met Wouter Faveyts. We bezorgen je graag het reisverslag!

 

Winter in juni: een onvergetelijke laplandreis

Op zaterdag 27 mei 2017, onder een staalblauwe hemel en bij een temperatuur van om en bij de 30°C kwam de STARLING-groep samen in Zaventem om naar het hoge noorden te vertrekken. De sfeer zat er al meteen in … wisten wij veel wat er ons nog allemaal te wachten zou staan.

Na een probleemloze vlucht kwamen we aan in Helsinki, waar het toch al wat frisser was (een goede 10°C) en het zonnetje was in België achtergebleven. Met een kleine vertraging vertrokken we dan richting Oulu, waar we rond 17u plaatselijke tijd terug met de voeten op de grond stonden … zowel letterlijk als figuurlijk, want nu was het nog amper 7°C , aangevuld met een koude wind.

 

De teller loopt

Na het afhalen van de huurwagen en een spoedcursus automatisch rijden van Erwin en Willy kon Benny veilig de weg op … hop naar het Airport Hotel in Kempele … prachtig gelegen aan de Botnische Golf. Het avondeten was er heerlijk. En zelfs toen Benny de boodschap gaf dat het een korte nacht zou worden (om 3 uur ’s morgens gingen we de baan op), was iedereen nog enthousiast om na het eten al even vogels te gaan kijken. De eerste zingende Koperwieken en Kramsvogels, duidelijk aanwezige Rietzangers en Fitissen en de eerste Zaagbekken (zowel Grote als Middelste) en baltsende Watersnippen stonden op de teller.

Oulu zou uilenloos zijn (of dat dachten we toch)

Fris en monter (alhoewel) stonden we om 3 uur klaar om met de plaatselijke gids Pauli (een jonge snaak, die zijn uiterste best deed om Engels te spreken) op zoek te gaan naar wat ‘speciallekes’. Jammer genoeg was dit jaar een zeer slecht uilenjaar, maar we waagden het er toch op. Intussen zagen we al een prachtig mannetje Korhoen, en de grote groepen Kraanvogels waren best indrukwekkend. Na een lange rit door een adembenemend landschap kwamen we aan bij een broedplaats van een Laplanduil. We konden van een afstand deze prachtige uil zien, zonder te verstoren. De eerste vreugdekreten weerklonken!

We reden verder tot plots Danny riep dat er daar iets zat op een tak. De wagen werd in achteruit gezet … en we zagen opnieuw een prachtige Laplanduil zitten, dit keer met een prooi! Een heus kippenvelmoment. Wat later zagen we ook nog een Oeraluil op nest. Iets verder, terwijl we de ontbijtjes die we van het hotel meekregen verorberden, kregen we schitterend 2 Draaihalzen zien.

 

Waarneming: waterkiekens

Intussen begon het te regenen, eerst nog lichtjes maar daarna steeds heviger. Toch schreven we als  beste soorten nog bij: Zwarte Specht, Zeearend en (een verre) Breedbekstrandloper. Iets na de middag kwamen we terug bij het hotel, en de eigenaar was bereid om voor ons toch nog een kleine maaltijd klaar te maken vooraleer we de tocht naar Kuusamo begonnen.

Het werd een tocht in de gietende regen, maar toch gingen we nog het veengebied van Arkale in via de deels onderlopen boardwalk naar de uitkijktoren. Het bracht ons zowaar een heel goede soort op – eerst gespot door Sin – de Taigarietgans. Als echte waterkiekens gingen we terug naar de wagen, en reden verder naar Kuusamo met verschillende vrouwtjes Korhoen, Auerhoen en zelfs een koppeltje Hazelhoen vlak naast de weg. Op het einde, vlak voor we aan ons verblijf waren, moesten we zowaar hard in de remmen toen een Auerhoen doodleuk op de kletsnatte weg bleef zitten. Na het eten kroop iedereen vrij vroeg onder de wol, want het zou morgen opnieuw een lange dag worden.

Valtavaara in the snow

Om 4 uur liep de wekker af, en het eerste wat Benny mocht doen was de wagen zoeken onder een laag sneeuw. Jawel, er was begot een dik pak sneeuw gevallen! We lieten ons niet afschrikken en trokken toch naar Valtavaara, waar de eerste vogel die ons begroette een Taïgagaai bleek. Valtavaara is een zeer goede plaats om Blauwstaart te vinden, maar met deze koude weersomstandigheden zou het moeilijk worden. Toch gingen we naar boven en bereikten we de top waar we beloond werden met een adembenemend zicht: een halve meter sneeuw, het zonnetje erop … wat een belevenis, zelfs zonder vogels.

Terug beneden reden we verder, langzaam de weg volgend. Dat leverde ons een Smelleken en een paar groepjes Pestvogels op. Bij het hotel hadden we nog een zeer welwillige Blauwborst (Roodster). Na het ontbijt deden we het gebied ten westen van Kuusamo aan. Het zou de vrouwelijke hoenderroute worden met heel veel Korhoenen, Auerhoenen en weer een mooi koppeltje Hazelhoen. Maar ook de Parelduikers (op een gegeven moment zelfs 17 bij elkaar), de Goudplevieren, Kemphanen (in iemands tuin!) en enkele Houtsnippen, waren fantastisch om te bekijken. Intussen begon het weer goed te sneeuwen, zodat we de voorbijvliegende Klapekster niet lang konden bekijken.

 

Auerhoengeweld

De volgende morgen was iedereen al om 2u30 paraat want we gingen weer met een plaatselijke gids op stap. Om 3 uur pikten we Olli op in Kuusamo, en al snel stonden we oog in oog met een mannetje Auerhoen. Terwijl we dit mannetje vanuit de wagen bekeken, zag Benny net naast de wagen ook een Moerassneeuwhoen die mooi bleef zitten. De topattractie kwam echter een klein half uurtje later: de ‘crazy Capercailie’, een zeer territoriaal mannetje Auerhoen, kwam gewoon op ons af. Gelukkig wist Olli hem als een ware toreador met een dennentak meesterlijk af te houden: een komisch en tegelijk fantastisch schouwspel.

We reden verder naar Iivaara, met onderweg nog een Dwerggors die door iedereen in de telescoop kon gezien worden, een vluchtige Bosgors, een verdwaasd kijkende Eland vlak voor onze wagen en een kolonietje Dwergmeeuwen. Iivaara bracht jammer genoeg niet de verhoopte Blauwstaart, dus ging het richting Valtavaara. We bleken net te laat te zijn. We konden hem nog even horen zingen, maar niet zien.

WIL JIJ OOK DEZE VOGELS BEWONDEREN? KLIK DAN HIER DOOR VOOR DE VOLGENDE EDITIE IN 2018. ER ZIJN NOG 4 PLEKKEN VRIJ.

Meest winters voorjaar in 50 jaar

De tocht ging nog even verder in de hoop om Sperweruil te zien, maar die gaf helaas niet thuis. Enkel het even vastrijden in de door de sneeuw doorweekte bodem, gaf nog wat animo. Gelukkig hadden we enkele sterke kerels aan boord om de wagen weer los te duwen. We namen afscheid van Olli die ons een kwartiertje later belde met de vraag of we zijn telescoop al hadden verkocht … die was blijkbaar in onze wagen blijven liggen.

Na het middageten ging het richting Oulanka Nationaal Park, met onderweg een koppeltje Waterspreeuw. Het Park zelf is landschappelijk zeer mooi en een goede plek om orchideeën te zoeken, maar dat was buiten dit weer gerekend. Olli had ons nog weten te vertellen dat hier maar om de 40-50 jaar zo’n winterse weersomstandigheden heersen eind mei!

Jammer genoeg bleek er ook iets mis te zijn met onze wagen, de kofferdeur viel er bijna uit, zodat we contact moesten leggen met de verhuurmaatschappij. Benny kon uiteindelijk bekomen dat we de dag nadien in alle vroegte naar de garage konden. Na het avondeten (een heerlijke zalmbereiding) gingen ‘de mannen’ nog even naar Valtavaara om de Blauwstaart te proberen vinden, maar zonder succes.

Let it snow, let it snow, let it snow…

’s Ochtends vroeg gingen we met zijn allen nog eens proberen in Valtavaara, waar we de Blauwstaart nog eens mochten horen – maar weer niet zien. Daarna zette Benny de deelnemers af aan het hotel, en ging hij zelf richting Kuusamo naar de garage. Nadat Benny’s terug was met een herstelde wagen, vertrokken we meteen. Er stond ons immers een lange trip naar Ivalo te wachten. Na een half uur begon het weer te sneeuwen, eerst lichtjes, maar daarna kwam de sneeuw met pakken uit de lucht vallen, waardoor zelfs op een gegeven moment de weg volledig ondergesneeuwd was en het niet evident was om te rijden. Gelukkig duurde dit niet al te lang en kwam de weg weer vrij. De verschillende stops leverden nog onder andere Topper, Zwarte Zee-eend, Zeearend, Visarend en Sneeuwgors op. Het meest spectaculaire was wel de wandeling naar Kiilopää waar we regelmatig tot aan onze knieën in de sneeuw zakten, maar wat een zicht! Zeker toen we er nog een paar Moerassneeuwhoenen mochten zien. Ons verblijf in hotel Ivalo was een aanrader, lekker eten en drinken. En dat het weer aan het sneeuwen ging … dat kon ons niet deren! Op naar morgen.

 

Na sneeuw komt wind!

’s Morgens was het niet meer aan het sneeuwen, maar de wind was nu aangewakkerd tot een flinke storm. We reden richting Kamaanen waar we het eerst nog aandurfden om de kijktoren te beklimmen (van waarop we een Eland konden zien, naast Zeearend) en daarna de gekende feederplaats voor Haakbek. Deze prachtige vink hadden we al snel in de kijker, waarna deze even snel weer werd verjaagd door een aantal opdringerige eekhoorns. Ook heel wat Kepen en Groenlingen in verschillende kleden konden we zien, en Benny en Erwin hadden nog een korte glimp van een Bruinkopmees. Jammer genoeg zagen we deze daarna niet meer terug. We genoten van een middagmaal in het restaurantje (samen met een groep van Mergus die net terug kwam uit Varanger – er werd verbroederd!).

De tocht naar de Varanger zelf werd ook heroïsch want naast de stevige wind begon het ook opnieuw te sneeuwen. Langs de route zagen we onze enige Zwarte Ruiter. Nesseby werd nog onder de loep genomen, met een aantal voorbijvliegende Kleine Jagers en Zwarte Zeekoeten als resultaat, maar het gekende franjepootplasje was leeg. Bij aankomst in Vestre Jakobselv (waar we zouden verblijven) was het gestopt met sneeuwen, dus gingen we nog even naar de pier om eens goed uit te waaien ;). We zagen er een aantal Kanoeten (die plots verdwenen waren) en een Rosse Grutto in zomerkleed. Onze Filippijnse kokkin had intussen een heerlijke maaltijd klaargemaakt, waar we samen met een aantal Nederlandse vogelkijkers met volle teugen van genoten.

Kennismaking met de Varanger

De eerste dag in Varanger: storm en regen. We reden naar Hamningberg maar deden er een volledige dag over met heel wat stops: zo hadden we een mooi adult mannetje Koningseider en jagende Giervalk nabij Kiberg, een Witstuitbarmsijs op een feeder in Skallelv en een paar Grote Burgemeesters nabij Vardo. De Geelsnavelduiker bleef echter uit vizier. Bij het terugkeren werden nog 3 Stellers Eiders gespot bij Vadso.

We doen er nog een klimatologisch schepje bovenop, want de tweede dag in Varanger (met een uitstap naar Berlevag op het programma) werden we opnieuw op stevige wind en vaak sneeuw/regenbuien getrakteerd. Landschappelijk heel mooi, en het steltlopersgebied net voor Auter Tana is gewoon schitterend. Minder schitterend was echter dat de weg plots versperd was! Door de storm en de hevige sneeuwval mocht niemand over de fjell rijden, zodat we ons plan moesten wijzigen. We deden nog een paar plaatsjes aan, maar veel nieuwe soorten konden we niet bijschrijven. De waarneming van een paar Bruinvissen was wel de max!

Moet er nog regen zijn?

De derde dag Varanger: als je denkt dat we alles gehad hadden … mis, de wind was nóg sterker en het regende niet … het góót water, en dit voor heel de dag. Wat nu? We overlegden en besloten om toch iets te ondernemen en te vogelkijken vanuit de wagen. Het leverde ons een aantal groepjes Koningseider op, waarvan de grootste van 32 in Vardo. Toch bewonderenswaardig hoe alle deelnemers ondanks de helse weersomstandigheden de hele tijd positief bleven. De sfeer bleef er volop in. Top!

Sing hallelujah!

De vierde dag in Varanger begon het goed te komen. Benny had via de plaatselijke weersite gezien dat dit – qua wind – de beste dag zou worden, zodat we naar het vogeleiland Hornoya gingen. Onderweg noteerden we de ene na de andere Zeearend, en een jagende Velduil. De boottocht naar Hornoya blijft een hoogtepunt. Niet duizenden, maar tienduizenden zeevogels zijn hier te zien: iedereen genoot van de Papegaaiduikers, Zeekoeten (met ook de gebrilde exemplaren), Alken, Kortbekzeekoeten, Drieteenmeeuwen, Raven, Oeverpiepers en Kuifaalscholvers. We leerden het onderscheid Alk/Zeekoet/Kortbekzeekoet, zowel van dichtbij als van ver. Terug op het ‘schiereiland’ reden we nog een stuk richting Hamingberg … de zon kwam er zowaar door en we noteerden een ongelooflijke 9°C. Het inspireerde de Sneeuwgorzen en IJsgorzen om eindelijk tevoorschijn te komen. Bij het terugkeren deden we nog eens de plaats van de Stellers aan – die ondertussen met 7 waren – tot grote blijdschap van Erwin!

1 VAN DE INDRUKWEKKENDSTE VOGELREIZEN IN EUROPA. KLIK HIER DOOR VOOR DE VOLGENDE EDITIE IN 2018. ER ZIJN NOG 4 PLEKKEN VRIJ.

Summer is coming

De laatste dag in Varanger staan we op onder een staalblauwe hemel met een heerlijke zon. Ideaal! We deden opnieuw een poging om Berlevag te bezoeken. De fjell was deze keer wel open, en bij iedere stop konden we de vogels horen zingen én natuurlijk ook zien. Waren de Beflijsters nogal ver (enkel via telescoop), de Strandleeuweriken deden meer hun best, net als de Sneeuwgorzen, IJsgorzen, Kleinste Jagers, Goudplevieren, Temmincks Strandloper, Blauwborst … maar vooral de Alpensneeuwhoen bezorgde ons een showtje. Een koppeltje zat op een vrijgekomen stukje gras, en kon door iedereen minutenlang bewonderd worden door de verrekijker en de telescoop. Topwaarneming! Het adembenemend landschap kregen we er gratis bovenop. En intussen liep de temperatuur op tot een ongelooflijke 17°C. Het haventje van Berlevag bracht nog een groepje Kleine Rietgans op zodat we de verre tocht terug naar Vestre Jakobselv konden aanvatten. Een korte stop in Nesseby bracht niet de verhoopte Grauwe Franjepoot op, maar wel een mooie Roodkeelpieper en een jagende Velduil. Na het avondeten stelde Benny nog voor om naar Vadso te rijden, om daar nog eens te proberen voor Grauwe Franjepoot. Eerst zagen we niets, en bij het terugstappen zei Willy dat hij iets zag: jawel, de Grauwe Franjepoot at last. De vogel trok zich niets van ons aan, iedereen heel tevreden!

Terug naar Kamaanen

Onder een stralende zon reden we de Varangerfjord uit, om via Kirkenes de grens met Finland over te steken. De derde poging Nesseby leverde weer geen Franjepoten op. De lange tocht doorheen de taïga was gewoon prachtig, en een koppeltje Grote Zee-eend was zeker de moeite waard. Rond 16u kwamen we aan in Kamaanen, waar de vriendelijke gastvrouw ons welkom heette. De feeders werden bekeken, en het viel meteen op dat er veel minder activiteit was. De vogels hadden wellicht door het warme weer (het was intussen 20°C - wat ook de eerste muggenactiviteit op gang bracht) al andere oorden opgezocht. Toch zagen we een koppeltje Haakbek. We raakten aan de praat met een paar Finse vogelringers en genoten van een ronduit subliem ‘laatste avondmaal’.

And now, the end is near

De laatste ochtend stonden al vroeg een paar mensen buiten voor een laatste vogelspotting. Naast een 4-tal Haakbekken kwamen er ook nog 2 Taigagaaien langs.

Het waren onze laatste waarnemingen van een – laat ons wel wezen – zeer speciale maar o-zo-leuke Laplandreis … Een reis die we niet snel zullen vergeten, niet alleen door de weersomstandigheden, maar zeker door de fantastische positief ingestelde groep reizigers.

Kiitos!

Benny

OVERTUIGD VAN DE REIS? KLIK DAN HIER DOOR VOOR DE VOLGENDE EDITIE IN 2018. ER ZIJN NOG 4 PLEKKEN VRIJ.

WIL JIJ GRAAG DE WAARNEMINGEN BEKIJKEN? KLIK DAN HIER DOOR NAAR OBSERVADO.ORG!